Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Ouders

Dagelijks leven

Ouders in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (42), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

Voorkeuren

  • Izak heeft Ezau lief; Rebekka heeft Jakob liefGen 25:28
    De verzen
    Gen 25:28En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond; maar Rebekka had Jakob lief.
  • Rebekka beraamt hoe zij Izaks zegen voor Jakob kan verkrijgenGen 27:6–10
    De verzen
    Gen 27:6–10Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende: Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood. Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft. En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.
  • Jakob wil Benjamin niet laten gaan, uit vrees dat hem een ongeluk overkomtGen 42:4, Gen 42:38
    De verzen
    Gen 42:4Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!
    Gen 42:38Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.

Liefde en zorg

  • Hagar gaat een boogschot ver zitten, om het kind niet te zien stervenGen 21:15–16
    De verzen
    Gen 21:15–16Als nu het water van de fles uit was, zo wierp zij het kind onder een van de struiken. En zij ging en zette zich tegenover, afgaande zo verre, als die met den boog schieten; want zij zeide: Dat ik het kind niet zie sterven; en zij zat tegenover, en hief haar stem op, en weende.
  • Rebekka’s moeder en broer vragen haar nog tien dagen te houdenGen 24:55
    De verzen
    Gen 24:55Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
  • Jakob leeft op als hij hoort dat Jozef leeftGen 45:26–28
    De verzen
    Gen 45:26–28Toen boodschapten zij hem, zeggende: Jozef leeft nog, ja, ook is hij regeerder in gans Egypteland! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet. Maar als zij tot hem gesproken hadden al de woorden van Jozef, die hij tot hen gesproken had, en dat hij de wagenen zag, die Jozef gezonden had om hem te voeren, zo werd de geest van Jakob hun vader, levendig. En Israel zeide: Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!
  • Mozes’ moeder verbergt hem drie maanden en legt hem dan in een kistjeEx 2:2–3
    De verzen
    Ex 2:2–3En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden. Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier.
  • Manoach vraagt hoe het kind dat geboren zal worden, moet worden opgevoedRecht 13:8
    De verzen
    Recht 13:8Toen aanbad Manoach den HEERE vuriglijk, en zeide: Och, HEERE! dat toch de Man Gods, Dien Gij gezonden hebt, weder tot ons kome, en ons lere, wat we dat knechtje doen zullen, dat geboren zal worden.
  • Simsons ouders zijn tegen een Filistijnse vrouwRecht 14:2–3
    De verzen
    Recht 14:2–3Zo ging hij opwaarts, en gaf het zijn vader en zijn moeder te kennen, en zeide: Ik heb een vrouw gezien te Thimnath, van de dochteren der Filistijnen; nu dan, neem mij die tot een vrouw. Maar zijn vader zeide tot hem, mitsgaders zijn moeder: Is er geen vrouw onder de dochteren uwer broeders, en onder al mijn volk, dat gij heengaat, om een vrouw te nemen van de Filistijnen, die onbesnedenen? En Simson zeide tot zijn vader: Neem mij die, want zij is bevallig in mijn ogen.
  • Naomi kust haar schoondochters en zendt hen naar huisRuth 1:8–9
    De verzen
    Ruth 1:8–9Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij. De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
  • Job staat vroeg op om voor elk van zijn kinderen brandoffers te offerenJob 1:5
    De verzen
    Job 1:5Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen.
  • David verlangt naar Absalom2 Sam 13:39
    De verzen
    2 Sam 13:39Toen verlangde de ziel van den koning David zeer om naar Absalom uit te trekken; want hij had zich getroost over Amnon, dat hij dood was.
  • David: “Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom”2 Sam 18:5
    De verzen
    2 Sam 18:5En de koning gebood Joab, en Abisai, en Ithai, zeggende: Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom. En al het volk hoorde het, als de koning aan al de oversten van Absaloms zaak gebood.
  • Rizpa bewaakt de lijken van haar zonen tegen vogels en dieren2 Sam 21:8, 2 Sam 21:10
    De verzen
    2 Sam 21:8Maar de koning nam de twee zonen van Rizpa, dochter van Aja, die zij Saul gebaard had, Armoni en Mefiboseth; daartoe de vijf zonen van Michals zuster, Sauls dochter, die zij Adriel, den zoon van Barzillai, den Meholathiet, gebaard had;
    2 Sam 21:10Toen nam Rizpa, de dochter van Aja, een zak, en spande dien voor zich uit op een rotssteen, van het begin van den oogst, totdat er water op hen drupte van den hemel; en zij liet het gevogelte des hemels op hen niet rusten des daags, noch het gedierte van het veld des nachts.
  • De echte moeder geeft haar kind liever weg dan het te laten doden1 Kon 3:26
    De verzen
    1 Kon 3:26Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het.
  • Salomo laat een stoel neerzetten voor zijn moeder1 Kon 2:19
    De verzen
    1 Kon 2:19Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.
  • Maria en Jozef zoeken met angst naar de jongen JezusLuc 2:48
    De verzen
    Luc 2:48En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zeide tot Hem: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht.
  • De moeder van Jezus staat bij het kruisJoh 19:25
    De verzen
    Joh 19:25En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
  • Jaïrus smeekt voor zijn dochtertjeMarc 5:23
    De verzen
    Marc 5:23En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.
  • Een koninklijke hoveling: “Kom af, eer mijn kind sterft”Joh 4:49
    De verzen
    Joh 4:49De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere, kom af, eer mijn kind sterft.
  • De vader van een jongen: “Ik geloof; kom mijn ongelovigheid te hulp!”Marc 9:24
    De verzen
    Marc 9:24En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
  • De moeder van de zonen van Zebedeüs vraagt voor hen ereplaatsenMatt 20:20–21
    De verzen
    Matt 20:20–21Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.
  • De ouders van de blindgeborene: “Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven”Joh 9:20–23
    De verzen
    Joh 9:20–23Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is; Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken. Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden. Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven.

Te toegeeflijk

  • Eli hield zijn zonen niet in toom1 Sam 3:13
    De verzen
    1 Sam 3:13Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
  • David had Adonia nooit berispt1 Kon 1:6
    De verzen
    1 Kon 1:6En zijn vader had hem niet bedroefd van zijn dagen, zeggende: Waarom hebt gij alzo gedaan? En ook was hij zeer schoon van gedaante, en Haggith had hem gebaard na Absalom.

In de Wet

  • Eer uw vader en uw moederEx 20:12
    De verzen
    Ex 20:12Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.
  • De doodstraf voor wie vader of moeder slaat of vloektEx 21:15, Ex 21:17
    De verzen
    Ex 21:15Zo wie zijn vader of zijn moeder slaat, die zal zekerlijk gedood worden.
    Ex 21:17Wie ook zijn vader of zijn moeder vloekt, die zal zekerlijk gedood worden.
  • Ouders leggen hun kinderen het pascha uitEx 12:26–27, Ex 13:8
    De verzen
    Ex 12:26–27En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst? Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaars sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
    Ex 13:8En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.
  • Beide ouders brengen een moedwillige en wederspannige zoon bij de oudstenDeut 21:18–20
    De verzen
    Deut 21:18–20Wanneer iemand een moedwilligen en wederspannigen zoon heeft, die de stem zijns vaders en de stem zijner moeder niet gehoorzaam is; en zij hem gekastijd zullen hebben, en hij naar hen niet horen zal, Zo zullen zijn vader en zijn moeder hem grijpen, en zij zullen hem uitbrengen tot de oudsten zijner stad, en tot de poorte zijner plaats. En zij zullen zeggen tot de oudsten zijner stad: Deze onze zoon is afwijkende en wederspannig, hij is onze stem niet gehoorzaam; hij is een brasser en zuiper.

Uit de Spreuken over ouders

  • Hoor de tucht van uw vader en verlaat de leer van uw moeder nietSpr 1:8
    De verzen
    Spr 1:8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;
  • Een wijs zoon verblijdt de vaderSpr 10:1
    De verzen
    Spr 10:1De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
  • De goede laat een erfenis na aan zijn kindskinderenSpr 13:22
    De verzen
    Spr 13:22De goede zal zijner kinders kinderen doen erven; maar het vermogen des zondaars is voor den rechtvaardige weggelegd.
  • Veracht uw moeder niet als zij oud geworden isSpr 23:22
    De verzen
    Spr 23:22Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.
  • Laat uw vader en uw moeder blijde zijnSpr 23:24–25
    De verzen
    Spr 23:24–25De vader des rechtvaardigen zal zich zeer verheugen; en die een wijzen zoon gewint, zal zich over hem verblijden. Laat uw vader zich verblijden, ook uw moeder; en laat haar zich verheugen, die u gebaard heeft.
  • Haar kinderen staan op en roemen haar welgelukzaligSpr 31:28
    De verzen
    Spr 31:28Koph. Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar, zeggende:

In de brieven

  • Ouders leggen weg voor de kinderen, niet de kinderen voor de ouders2 Kor 12:14
    De verzen
    2 Kor 12:14Ziet, ik ben ten derden male gereed, om tot u te komen, en zal u niet lastig zijn; want ik zoek niet het uwe, maar u; want de kinderen moeten niet schatten vergaderen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.
  • Vaders, verwekt uw kinderen niet tot toornEf 6:4, Kol 3:21
    De verzen
    Ef 6:4En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.
    Kol 3:21Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein