Ontdekken › Onderwerpen › Dronkenschap
Dagelijks leven
Dronkenschap in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (30), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
Uitspraken
- De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtigSpr 20:1
De verzen
Spr 20:1De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.
- Wie heeft rode ogen? Die bij de wijn vertoevenSpr 23:29–35
De verzen
Spr 23:29–35Bij wien is wee? bij wien och arme? bij wien gekijf? bij wien het beklag? bij wien wonden zonder oorzaak? bij wien de roodheid der ogen? Bij degenen, die bij den wijn vertoeven; bij degenen, die komen om gemengden drank na te zoeken. Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat; In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder. Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken. En gij zult zijn, gelijk een, die in het hart van de zee slaapt; en gelijk een, die in het opperste van den mast slaapt. Men heeft mij geslagen, zult gij zeggen, ik ben niet ziek geweest; men heeft mij gebeukt, ik heb het niet gevoeld; wanneer zal ik opwaken? Ik zal hem nog meer zoeken!
- De zuiper en de brasser zullen arm wordenSpr 23:20–21
De verzen
Spr 23:20–21Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters; Want een zuiper en vraat zal arm worden; en de sluimering doet verscheurde klederen dragen.
- Het past koningen niet wijn te drinkenSpr 31:4–7
De verzen
Spr 31:4–7Het komt den koningen niet toe, o Lemuel! het komt den koningen niet toe wijn te drinken, en den prinsen, sterken drank te begeren; Opdat hij niet drinke, en het gezette vergete, en de rechtzaak van alle verdrukten verandere. Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn; Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke.
- Wee hun die vroeg opstaan om sterke drank na te jagenJes 5:11–12
De verzen
Jes 5:11–12Wee dengenen, die, zich vroeg opmakende in den morgenstond, sterken drank najagen, en vertoeven tot in de schemering, totdat de wijn hen heeft verhit! En harpen en luiten, trommelen en pijpen, en wijn zijn in hun maaltijden; maar zij aanschouwen het werk des HEEREN niet, en zij zien niet op het maaksel Zijner handen.
- “Helden om wijn te drinken, en kloeke mannen om sterken drank te mengen”Jes 5:22
De verzen
Jes 5:22Wee dengenen, die helden zijn om wijn te drinken, en die kloeke mannen zijn om sterken drank te mengen!
- Priesters en profeten waggelen van sterke drankJes 28:7–8
De verzen
Jes 28:7–8En ook dwalen dezen van den wijn, en zij dolen van den sterken drank; de priester en de profeet dwalen van den sterken drank; zij zijn verslonden van den wijn, zij dolen van sterken drank; zij dwalen in het gezicht; zij waggelen in het gericht. Want alle tafels zijn vol van uitspuwsel en van drek, zodat er geen plaats schoon is.
- “De dag van morgen zal zijn als deze, ja, veel treffelijker”Jes 56:12
De verzen
Jes 56:12Komt herwaarts, zeggen zij: ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen; en de dag van morgen zal zijn als deze, ja, groter, veel treffelijker.
- Wijn neemt het verstand wegHos 4:11
De verzen
Hos 4:11Hoererij, en wijn, en most neemt het hart weg.
- Wijn drinken uit schalenAmos 6:6
De verzen
Amos 6:6Die wijn uit schalen drinken, en zich zalven met de voortreffelijkste olie, maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef.
- Wee hem die zijn naaste dronken maaktHab 2:15
De verzen
Hab 2:15Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij voegt, en ook dronken maakt, opdat gij hun naaktheden aanschouwt.
- Die dronken worden, worden des nachts dronken1 Tess 5:7
De verzen
1 Tess 5:7Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken;
- Wordt niet dronken van wijnEf 5:18, Rom 13:13, Luc 21:34
De verzen
Ef 5:18En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;
Rom 13:13Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid;
Luc 21:34En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome.
In de Wet
- Ouders kunnen een zoon bij de oudsten aanklagen: “een brasser en zuiper”Deut 21:20
De verzen
Deut 21:20En zij zullen zeggen tot de oudsten zijner stad: Deze onze zoon is afwijkende en wederspannig, hij is onze stem niet gehoorzaam; hij is een brasser en zuiper.
- Priesters drinken geen wijn als zij de tent der samenkomst ingaanLev 10:9
De verzen
Lev 10:9Wijn en sterken drank zult gij niet drinken, gij, noch uw zonen met u, als gij gaan zult in de tent der samenkomst, opdat gij niet sterft; het zij een eeuwige inzetting onder uw geslachten;
- Een nazireeër onthoudt zich van wijn en sterke drankNum 6:3
De verzen
Num 6:3Van wijn en sterken drank zal hij zich afzonderen; wijnedik, en edik van sterken drank zal hij niet drinken, noch enige vochtigheid van druiven zal hij drinken, noch verse of gedroogde druiven eten.
Voorbeelden
- Noach plant een wijngaard en wordt dronkenGen 9:20–21
De verzen
Gen 9:20–21En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.
- Lots dochters maken hun vader dronkenGen 19:32–33
De verzen
Gen 19:32–33Kom, laat ons onze vader wijn te drinken geven, en bij hem liggen, opdat wij van onze vader zaad in het leven behouden. En zij gaven dien nacht haar vader wijn te drinken; en de eerstgeborene kwam, en lag bij haar vader, en hij werd het niet gewaar in haar nederliggen, noch in haar opstaan.
- Nabal, zeer dronken op zijn maaltijd, hoort niets tot de morgen1 Sam 25:36–37
De verzen
1 Sam 25:36–37Toen nu Abigail tot Nabal kwam, ziet, zo had hij een maaltijd in zijn huis, als eens konings maaltijd; en het hart van Nabal was vrolijk op denzelven, en hij was zeer dronken; daarom gaf zij hem niet een woord, klein noch groot, te kennen, tot aan het morgenlicht. Het geschiedde nu in den morgen, toen de wijn van Nabal gegaan was, zo gaf hem zijn huisvrouw die woorden te kennen. Toen bestierf zijn hart in het binnenste van hem, en hij werd als een steen.
- David maakt Uria dronken, maar Uria gaat niet naar huis2 Sam 11:13
De verzen
2 Sam 11:13En David nodigde hem, zodat hij voor zijn aangezicht at en dronk, en hij maakte hem dronken. Daarna ging hij in den avond uit, om zich neder te leggen op zijn leger, met zijns heren knechten, maar ging niet af in zijn huis.
- Absalom wacht tot Amnons hart vrolijk is van de wijn2 Sam 13:28
De verzen
2 Sam 13:28Absalom nu gebood zijn jongens, zeggende: Let er nu op, als Amnons hart vrolijk is van den wijn, en ik tot ulieden zal zeggen: Slaat Amnon, dan zult gij hem doden; vreest niet; is het niet, omdat ik het u geboden heb? Zijt sterk en weest dapper.
- Koning Ela wordt door Zimri gedood terwijl hij zich dronken drinkt1 Kon 16:9–10
De verzen
1 Kon 16:9–10En Zimri, zijn knecht, overste van de helft der wagenen, maakte een verbintenis tegen hem, als hij te Thirza was, zich dronken drinkende in het huis van Arza, den hofmeester te Thirza; Zo kwam Zimri in, en sloeg hem, en doodde hem, in het zeven en twintigste jaar van Asa, den koning van Juda; en hij werd koning in zijn plaats.
- Benhadad en 32 koningen drinken ’s middags in hun tenten1 Kon 20:16
De verzen
1 Kon 20:16En zij togen uit op den middag. Benhadad nu dronk zich dronken in de tenten, hij en de koningen, de twee en dertig koningen, die hem hielpen.
- Ahasveros, vrolijk van de wijn, laat koningin Vasthi roepenEst 1:10–11
De verzen
Est 1:10–11Op den zevenden dag, toen des konings hart vrolijk was van den wijn, zeide hij tot Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven kamerlingen, dienende voor het aangezicht van den koning Ahasveros, Dat zij Vasthi, de koningin, zouden brengen voor het aangezicht des konings, met de koninklijke kroon, om den volken en den vorsten haar schoonheid te tonen; want zij was schoon van aangezicht.
- Belsazar drinkt uit de vaten van de tempel te JeruzalemDan 5:1–4
De verzen
Dan 5:1–4De koning Belsazar maakte een groten maaltijd voor zijn duizend geweldigen, en hij dronk wijn voor die duizend. Als Belsazar den wijn geproefd had, zeide hij, dat men de gouden en zilveren vaten voorbrengen zou, die zijn vader Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; opdat de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen en zijn bijwijven uit dezelve dronken. Toen bracht men voor de gouden vaten, die men uit den tempel van het huis Gods, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; en de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen, en zijn bijwijven dronken daaruit. Zij dronken den wijn, en prezen de gouden, en de zilveren, de koperen, de ijzeren, de houten en de stenen goden.
Ten onrechte voor dronken gehouden
- Eli denkt dat Hanna, die stil bidt, dronken is1 Sam 1:13–15
De verzen
1 Sam 1:13–15Want Hanna sprak in haar hart; alleenlijk roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord; daarom hield Eli haar voor dronken. En Eli zeide tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen? Doe uw wijn van u. Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.
- Jezus wordt “een vraat en wijnzuiper” genoemdMatt 11:19
De verzen
Matt 11:19De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.
- Op het Pinksterfeest: “Zij zijn vol zoeten wijns”Hand 2:13–15
De verzen
Hand 2:13–15En anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijns. Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan. Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein