Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Vasten

Dagelijks leven

Vasten in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (40), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

In rouw en verdriet

  • De mannen van Jabes begraven Sauls beenderen en vasten zeven dagen1 Sam 31:13
    De verzen
    1 Sam 31:13En zij namen hun beenderen, en begroeven ze onder het geboomte te Jabes; en zij vastten zeven dagen.
  • David en zijn mannen vasten tot de avond om Saul en Jonathan2 Sam 1:12
    De verzen
    2 Sam 1:12En zij weeklaagden, en weenden, en vastten tot op den avond, over Saul en over Jonathan, zijn zoon, en over het volk des HEEREN, en over het huis Israels, omdat zij door het zwaard gevallen waren.
  • David weigert na Abners dood te eten vóór zonsondergang2 Sam 3:35
    De verzen
    2 Sam 3:35Daarna kwam al het volk, om David brood te doen eten, als het nog dag was; maar David zwoer, zeggende: God doe mij zo, en doe er zo toe, indien ik voor het ondergaan der zon brood of iets smake!
  • David vast voor zijn zieke kind en eet als het kind gestorven is2 Sam 12:16–23
    De verzen
    2 Sam 12:16–23En David zocht God voor dat jongsken; en David vastte een vasten, en ging in, en lag den nacht over op de aarde. Toen maakten zich de oudsten van zijn huis op tot hem, om hem te doen opstaan van de aarde; maar hij wilde niet, en at geen brood met hen. En het geschiedde op den zevenden dag, dat het kind stierf; en Davids knechten vreesden hem aan te zeggen, dat het kind dood was, want zij zeiden: Ziet, als het kind nog levend was, spraken wij tot hem, maar hij hoorde naar onze stem niet, hoe zullen wij dan tot hem zeggen: Het kind is dood? Want het mocht kwaad doen. Maar David zag, dat zijn knechten mompelden; zo merkte David, dat het kind dood was. Dies zeide David tot zijn knechten: Is het kind dood? En zij zeiden: Het is dood. Toen stond David op van de aarde, en wies en zalfde zich, en veranderde zijn kleding, en ging in het huis des HEEREN, en bad aan; daarna kwam hij in zijn huis, en eiste brood; en zij zetten hem brood voor, en hij at. Zo zeiden zijn knechten tot hem: Wat is dit voor een ding, dat gij gedaan hebt? Om des levenden kinds wil hebt gij gevast en geweend; maar nadat het kind gestorven is, zijt gij opgestaan en hebt brood gegeten. En hij zeide: Als het kind nog leefde, heb ik gevast en geweend; want ik zeide: Wie weet, de HEERE zou mij mogen genadig zijn, dat het kind levend bleve. Maar nu is het dood, waarom zou ik nu vasten? Zal ik hem nog kunnen wederhalen? Ik zal wel tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen.
  • Nehemia rouwt dagenlang en vast bij het nieuws over JeruzalemNeh 1:4
    De verzen
    Neh 1:4En het geschiedde, als ik deze woorden hoorde, zo zat ik neder, en weende, en bedreef rouw, enige dagen; en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.
  • Ezra eet geen brood en drinkt geen water, in rouwEzra 10:6
    De verzen
    Ezra 10:6En Ezra stond op van voor Gods huis, en ging in de kamer van Johanan, den zoon van Eljasib; als hij daar kwam, at hij geen brood, en dronk geen water, want hij bedreef rouw over de overtreding der weggevoerden.
  • De psalmist vastte in een zak toen anderen ziek warenPs 35:13
    De verzen
    Ps 35:13Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem.

In gevaar en nood

  • Esther: “Eet of drinkt niet, in drie dagen”Est 4:16
    De verzen
    Est 4:16Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
  • Josafat roept in heel Juda een vasten uit2 Kron 20:3
    De verzen
    2 Kron 20:3Josafat nu vreesde, en stelde zijn aangezicht, om den HEERE te zoeken; en hij riep een vasten uit in gans Juda.
  • Ezra roept aan de rivier Ahava een vasten uit voor een veilige reisEzra 8:21–23
    De verzen
    Ezra 8:21–23Toen riep ik aldaar een vasten uit aan de rivier Ahava, opdat wij ons verootmoedigden voor het aangezicht onzes Gods, om van Hem te verzoeken een rechten weg, voor ons, en voor onze kinderkens, en voor al onze have. Want ik schaamde mij van den koning een heir en ruiters te begeren, om ons te helpen van den vijand, op den weg; omdat wij tot den koning hadden gesproken, zeggende: De hand onzes Gods is ten goede over allen, die Hem zoeken, maar Zijn sterkte en Zijn toorn over allen, die Hem verlaten. Alzo vastten wij; en verzochten zulks van onzen God; en Hij liet zich van ons verbidden.
  • Israël weent en vast in Bethel tijdens de oorlog met BenjaminRecht 20:26
    De verzen
    Recht 20:26Toen togen alle kinderen Israels en al het volk op, en kwamen ten huize Gods, en weenden, en bleven aldaar voor het aangezicht des HEEREN, en vastten dien dag tot op den avond; en zij offerden brandofferen en dankofferen voor het aangezicht des HEEREN.
  • In Mizpa scheppen de mensen water, gieten het uit en vasten1 Sam 7:6
    De verzen
    1 Sam 7:6En zij werden vergaderd te Mizpa, en zij schepten water, en goten het uit voor het aangezicht des HEEREN; en zij vastten te dien dage, en zeiden aldaar: Wij hebben tegen den HEERE gezondigd. Alzo richtte Samuel de kinderen Israels te Mizpa.
  • Israël komt vastend bijeen, in zakken, met aarde op het hoofdNeh 9:1
    De verzen
    Neh 9:1Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand verzamelden zich de kinderen Israels met vasten en met zakken, en aarde was op hen.
  • Achab scheurt zijn kleren, trekt een zak aan en vast1 Kon 21:27
    De verzen
    1 Kon 21:27Het geschiedde nu, als Achab deze woorden hoorde, dat hij zijn klederen scheurde, en een zak om zijn vlees leide, en vastte; hij lag ook neder in den zak, en ging langzaam.
  • Onder Jojakim wordt in Jeruzalem een vasten uitgeroepenJer 36:9
    De verzen
    Jer 36:9Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor des HEEREN aangezicht uitriepen, allen volke te Jeruzalem, mitsgaders allen volke, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen.
  • Koning Darius brengt de nacht vastend door terwijl Daniël bij de leeuwen isDan 6:18
    De verzen
    Dan 6:18Toen ging de koning naar zijn paleis, en overnachtte nuchteren, en liet geen vreugdespel voor zich brengen; en zijn slaap week verre van hem.
  • Daniël bidt met vasten, in zak en asDan 9:3
    De verzen
    Dan 9:3En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
  • Daniël eet drie weken lang geen lekkere spijs, geen vlees en geen wijnDan 10:2–3
    De verzen
    Dan 10:2–3In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen. Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
  • Nineve vast in zakken – zelfs de runderen en het kleinveeJona 3:5–8
    De verzen
    Jona 3:5–8En de lieden van Nineve geloofden aan God; en zij riepen een vasten uit, en bekleedden zich met zakken, van hun grootste af tot hun kleinste toe. Want dit woord geraakte tot den koning van Nineve, en hij stond op van zijn troon, en deed zijn heerlijk overkleed van zich; en hij bedekte zich met een zak, en zat neder in de as. En hij liet uitroepen, en men sprak te Nineve, uit bevel des konings en zijner groten, zeggende: Laat mens noch beest, rund noch schaap, iets smaken, laat ze niet weiden, noch water drinken. Maar mens en beest zullen met zakken bedekt zijn, en zullen sterk tot God roepen; en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg, en van het geweld, dat in hun handen is.
  • Saul verbiedt zijn troepen vóór de avond te eten1 Sam 14:24
    De verzen
    1 Sam 14:24En de mannen van Israel werden mat te dien dage; want Saul had het volk bezworen, zeggende: Vervloekt zij de man, die spijze eet tot aan den avond, opdat ik mij aan mijn vijanden wreke! Daarom proefde dat ganse volk geen spijs.
  • Vijanden van Paulus zweren niet te eten voordat zij hem gedood hebbenHand 23:12
    De verzen
    Hand 23:12En als het dag geworden was, maakten sommigen van de Joden een samenrotting, en vervloekten zichzelven, zeggende, dat zij noch eten noch drinken zouden, totdat zij Paulus zouden gedood hebben.

Veertig dagen

  • Mozes veertig dagen en nachten zonder brood en waterEx 34:28, Deut 9:9, Deut 9:18
    De verzen
    Ex 34:28En hij was aldaar met den HEERE, veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood, en hij dronk geen water; en Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.
    Deut 9:9Als ik op den berg geklommen was, om te ontvangen de stenen tafelen, de tafelen des verbonds, dat de HEERE met ulieden gemaakt had, toen bleef ik veertig dagen en veertig nachten op den berg, at geen brood, en dronk geen water.
    Deut 9:18En ik wierp mij neder voor het aangezicht des HEEREN, als in het eerst, veertig dagen en veertig nachten; ik at geen brood, en dronk geen water; om al uw zonde, die gij hadt gezondigd, doende dat kwaad is in des HEEREN ogen, om Hem tot toorn te verwekken.
  • Elia gaat veertig dagen voort op de kracht van één maaltijd1 Kon 19:8
    De verzen
    1 Kon 19:8Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.
  • Jezus vast veertig dagen en veertig nachtenMatt 4:2
    De verzen
    Matt 4:2En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste.

Gebruiken

  • Grote Verzoendag: “gij zult uw zielen verootmoedigen”Lev 16:29
    De verzen
    Lev 16:29En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
  • Vasten in de vierde, vijfde, zevende en tiende maandZach 7:5, Zach 8:19
    De verzen
    Zach 7:5Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
    Zach 8:19Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
  • Jesaja: een vasten dat samengaat met een eerlijke behandeling van arbeidersJes 58:3–7
    De verzen
    Jes 58:3–7Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid. Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte. Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam? Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt? Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
  • Anna diende God nacht en dag met vasten en biddenLuc 2:37
    De verzen
    Luc 2:37En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.
  • Een Farizeeër: “Ik vast tweemaal per week”Luc 18:12
    De verzen
    Luc 18:12Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.
  • Waarom vasten de discipelen van Johannes wel, maar die van Jezus niet?Matt 9:14–15
    De verzen
    Matt 9:14–15Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.
  • Jezus: als gij vast, was uw aangezichtMatt 6:16–18
    De verzen
    Matt 6:16–18En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht; Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.
  • Saulus van Tarsen eet en drinkt drie dagen nietHand 9:9
    De verzen
    Hand 9:9En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.
  • De gemeente in Antiochië vast voordat zij Barnabas en Saulus uitzendtHand 13:2–3
    De verzen
    Hand 13:2–3En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan.
  • Oudsten worden aangesteld met gebed en vastenHand 14:23
    De verzen
    Hand 14:23En als zij in elke Gemeente, met opsteken der handen, ouderlingen verkoren hadden, gebeden hebbende met vasten, bevalen zij hen den Heere, in Welken zij geloofd hadden.
  • Paulus was dikwijls zonder eten2 Kor 11:27
    De verzen
    2 Kor 11:27In arbeid en moeite, in waken menigmaal, in honger en dorst, in vasten menigmaal, in koude en naaktheid.
  • Na “de vasten” werd de scheepvaart gevaarlijkHand 27:9
    De verzen
    Hand 27:9En als veel tijd verlopen, en de vaart nu zorgelijk was, omdat ook de vasten nu voorbij was, vermaande hen Paulus,
  • Paulus’ medereizigers blijven veertien dagen zonder etenHand 27:33
    De verzen
    Hand 27:33En ondertussen dat het dag zou worden, vermaande Paulus hen allen, dat zij zouden spijze nemen, en zeide: Het is heden de veertiende dag, dat gij verwachtende blijft zonder eten, en niets hebt genomen.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein