Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Huizen

Dagelijks leven

Huizen in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (38), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

  • Huizen van steen, met balken van ceder en sparren van cipressenhoutAmos 5:11, Hoogl 1:17
    De verzen
    Amos 5:11Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken.
    Hoogl 1:17De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.
  • De muren werden met leem bepleisterdLev 14:42, Dan 5:5
    De verzen
    Lev 14:42Daarna zullen zij andere stenen nemen, en in de plaats van gene stenen brengen; en men zal ander leem nemen, en dat huis bestrijken.
    Dan 5:5Ter zelfder ure kwamen er vingeren van eens mensen hand voort, die schreven tegenover den kandelaar, op de kalk van den wand van het koninklijk paleis, en de koning zag het deel der hand, die daar schreef.
  • Fundamenten van grote, kostbare stenen van tien en acht el lang1 Kon 7:9–10
    De verzen
    1 Kon 7:9–10Al deze dingen waren van kostelijke stenen, naar de maten gehouwen, van binnen en van buiten met de zaag gezaagd; en dat van den grondslag tot aan de neutstenen een palm breed, en van buiten tot het grote voorhof. Het was ook gegrondvest met kostelijke stenen, grote stenen; met stenen van tien ellen, en stenen van acht ellen.
  • Salomo bouwt dertien jaar aan zijn paleis1 Kon 7:1
    De verzen
    1 Kon 7:1Maar aan zijn huis bouwde Salomo dertien jaren, en hij volmaakte zijn ganse huis.
  • David woont in een cederen huis2 Sam 7:2
    De verzen
    2 Sam 7:2Zo zeide de koning tot den profeet Nathan: Zie toch, ik woon in een cederen huis, en de ark Gods woont in het midden der gordijnen.
  • Beschoten huizenHag 1:4
    De verzen
    Hag 1:4Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?
  • Rachabs huis is in de stadsmuur gebouwdJoz 2:15
    De verzen
    Joz 2:15Zij liet hen dan neder met een zeel door het venster; want haar huis was op den stadsmuur; en zij woonde op den muur.
  • Gemeenten kwamen samen in de huizen van gelovigenHand 12:12, Rom 16:5, Kol 4:15, Filem 1:2
    De verzen
    Hand 12:12En als hij alles overlegd had, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die toegenaamd was Markus, alwaar velen samenvergaderd en biddende waren.
    Rom 16:5Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus.
    Kol 4:15Groet de broeders, die in Laodicea zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.
    Filem 1:2En aan Appia, de geliefde, en aan Archippus, onzen medestrijder, en aan de Gemeente, die te uwen huize is:

Daken

  • Rachab verbergt de verspieders onder vlasstengels op haar dakJoz 2:6
    De verzen
    Joz 2:6Maar zij had hen op het dak doen klimmen, en zij had hen verstoken onder de vlasstoppelen, die van haar op het dak beschikt waren.
  • Samuël spreekt met Saul op het dak, en Saul slaapt daar1 Sam 9:25–26
    De verzen
    1 Sam 9:25–26Daarna gingen zij af van de hoogte in de stad; en hij sprak met Saul op het dak. En zij stonden vroeg op; en het geschiedde, omtrent den opgang des dageraads, zo riep Samuel Saul op het dak, zeggende: Sta op, dat ik u gaan late. Toen stond Saul op, en zij beiden gingen uit, hij en Samuel, naar buiten.
  • David wandelt ’s avonds op het dak van het paleis2 Sam 11:2
    De verzen
    2 Sam 11:2Zo geschiedde het tegen den avondtijd, dat David van zijn leger opstond, en wandelde op het dak van het koningshuis, en zag van het dak een vrouw, zich wassende; deze vrouw nu was zeer schoon van aanzien.
  • Voor het feest worden loofhutten gebouwd op daken en in voorhovenNeh 8:16
    De verzen
    Neh 8:16Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.
  • Ongeveer drieduizend mensen op het dak van de Filistijnse tempelRecht 16:27
    De verzen
    Recht 16:27Het huis nu was vol mannen en vrouwen; ook waren daar alle vorsten der Filistijnen; en op het dak waren omtrent drie duizend mannen en vrouwen, die toezagen, als Simson speelde.
  • Vrienden openen het dak en laten een geraakte door de tichelen neerMarc 2:4, Luc 5:19
    De verzen
    Marc 2:4En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
    Luc 5:19En niet vindende, waardoor zij hem inbrengen mochten, overmits de schare, zo klommen zij op het dak, en lieten hem door de tichelen neder met het beddeken, in het midden, voor Jezus.
  • Wat in de binnenkamers gefluisterd wordt, wordt op de daken geprediktLuc 12:3
    De verzen
    Luc 12:3Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden.

Kamers, deuren en vensters

  • Koning Eglon zit alleen in zijn koele opperzaalRecht 3:20
    De verzen
    Recht 3:20En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.
  • Elia woont in de opperzaal van het huis van de weduwe1 Kon 17:19
    De verzen
    1 Kon 17:19En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij leide hem neder op zijn bed.
  • Een grote opperzaal, toebereid en gereed voor het paschaMarc 14:14–15
    De verzen
    Marc 14:14–15En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
  • Jozef gaat een kamer in om te wenenGen 43:30
    De verzen
    Gen 43:30En Jozef haastte zich; want zijn ingewand ontstak jegens zijn broeder, en hij zocht te wenen; en hij ging in een kamer, en weende aldaar.
  • Ahazia valt door de tralie van zijn opperzaal2 Kon 1:2
    De verzen
    2 Kon 1:2En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.
  • Sisera’s moeder kijkt door de tralie van het vensterRecht 5:28
    De verzen
    Recht 5:28De moeder van Sisera keek uit door het venster, en schreeuwde door de tralien: Waarom vertoeft zijn wagen te komen! Waarom blijven de gangen zijner wagenen achter?
  • Eutychus valt in een venster in slaap en valt van de derde zolderingHand 20:9
    De verzen
    Hand 20:9En een zeker jongeling, met name Eutychus, zat in het venster en met een diepen slaap overvallen zijnde, alzo Paulus lang tot hen sprak, door den slaap nederstortende, viel van de derde zoldering nederwaarts, en werd dood opgenomen.

In de Wet

  • Een nieuw huis heeft een leuning rond het dak nodigDeut 22:8
    De verzen
    Deut 22:8Wanneer gij een nieuw huis zult bouwen, zo zult gij op uw dak een leuning maken; opdat gij geen bloedschuld op uw huis legt, wanneer iemand, vallende, daarvan afviel.
  • Woorden van de wet geschreven op de posten en de poortenDeut 6:9
    De verzen
    Deut 6:9En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
  • Melaatsheid in een huis: stenen vervangen, muren afgekrabd en opnieuw bepleisterdLev 14:40–45
    De verzen
    Lev 14:40–45Zo zal de priester gebieden, dat zij de stenen, in welke die plaag is, uitbreken, en dezelve tot buiten de stad werpen, aan een onreine plaats; En dat huis zal hij rondom van binnen doen schrabben, en zij zullen het stof, dat zij afgeschrabd hebben, tot buiten de stad aan een onreine plaats uitstorten. Daarna zullen zij andere stenen nemen, en in de plaats van gene stenen brengen; en men zal ander leem nemen, en dat huis bestrijken. Maar indien die plaag wederkeert, en in dat huis uitbot, nadat men de stenen uitgebroken heeft, en na het afschrabben van het huis, en nadat het zal bestreken zijn; Zo zal de priester komen; als hij nu zal merken, dat, ziet, die plaag aan dat huis uitgespreid is, het is een knagende melaatsheid in dat huis, het is onrein. Daarom zal men dat huis, zijn stenen, en zijn hout even afbreken, mitsgaders al het leem van het huis, en men zal het tot buiten de stad uitvoeren, aan een onreine plaats.
  • Een huis in een ommuurde stad kon binnen een jaar teruggekocht wordenLev 25:29–30
    De verzen
    Lev 25:29–30Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen. Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.
  • Huizen in open dorpen keren in het jubeljaar naar hun eigenaars terugLev 25:31
    De verzen
    Lev 25:31Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.
  • Wie een nieuw huis nog niet heeft ingewijd, wordt uit de oorlog naar huis gezondenDeut 20:5
    De verzen
    Deut 20:5Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in den strijd, en iemand anders dat inwijde.

Uitspraken

  • Een wijs man bouwt zijn huis op de steenrots (een gelijkenis)Matt 7:24–27, Luc 6:48
    De verzen
    Matt 7:24–27Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond. En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.
    Luc 6:48Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.
  • Door wijsheid wordt een huis gebouwdSpr 24:3
    De verzen
    Spr 24:3Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd;
  • Elke wijze vrouw bouwt haar huisSpr 14:1
    De verzen
    Spr 14:1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein