Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Geboorte en onvruchtbaarheid

Dagelijks leven

Geboorte en onvruchtbaarheid in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (39), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

Geboorten

  • Een vrouw in barensnood vergeet de benauwdheid van blijdschap over de geboorteJoh 16:21
    De verzen
    Joh 16:21Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is.
  • De Hebreeuwse vroedvrouwen Sifra en Pua, en de baarstoelenEx 1:15–16
    De verzen
    Ex 1:15–16Daarenboven sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreinnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was; En zeide: Wanneer gij de Hebreinnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!
  • Hebreeuwse vrouwen: “eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard”Ex 1:19
    De verzen
    Ex 1:19En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreinnen niet zijn gelijk de Egyptische vrouwen; want zij zijn sterk; eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard.
  • Rachels bevalling is zwaar; de vroedvrouw zegt: “Nog een zoon”Gen 35:16–17
    De verzen
    Gen 35:16–17En zij reisden van Beth-El; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren. En het geschiedde, als zij het hard had in haar baren, zo zeide de vroedvrouw tot haar: Vrees niet; want dezen zoon zult gij ook hebben!
  • Rachel sterft onderweg naar BethlehemGen 35:18–19
    De verzen
    Gen 35:18–19En het geschiedde, als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin. Alzo stierf Rachel; en zij werd begraven aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem.
  • De vrouw van Pinehas baart bij het horen van het nieuws en sterft1 Sam 4:19–20
    De verzen
    1 Sam 4:19–20En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeen overvielen haar. En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.
  • Na een zoon is de moeder zeven dagen onrein en wacht daarna op haar reinigingLev 12:2–4
    De verzen
    Lev 12:2–4Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer een vrouw zaad gegeven, en een knechtje gebaard zal hebben, zo zal zij zeven dagen onrein zijn; volgens de dagen der afzondering harer krankheid zal zij onrein zijn. En op den achtsten dag zal het vlees zijner voorhuid besneden worden. Daarna zal zij drie en dertig dagen blijven in het bloed harer reiniging; niets heiligs zal zij aanroeren, en tot het heiligdom zal zij niet komen, totdat de dagen harer reiniging vervuld zijn.
  • Na een dochter twee weken onrein, daarna een langere reinigingLev 12:5
    De verzen
    Lev 12:5Maar indien zij een meisje gebaard zal hebben, zo zal zij twee weken onrein zijn, volgens haar afzondering; daarna zal zij zes en zestig dagen blijven in het bloed harer reiniging.
  • Dan worden een lam en een vogel geofferd, of twee vogels als zij arm isLev 12:6, Lev 12:8
    De verzen
    Lev 12:6En als de dagen harer reiniging voor den zoon, of voor de dochter, vervuld zullen zijn, zo zal zij een eenjarig lam ten brandoffer, en een jonge duif, of tortelduif, ten zondoffer brengen, voor de deur van de tent der samenkomst, tot den priester.
    Lev 12:8Maar indien haar hand niet genoeg voor een lam vindt, zo zal zij twee tortelduiven, of twee jonge duiven nemen, een ten brandoffer, en een ten zondoffer; en de priester zal voor haar verzoening doen; zo zal zij rein zijn.
  • De buren en verwanten van Elizabet verblijden zich met haarLuc 1:57–58
    De verzen
    Luc 1:57–58En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon. En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en waren met haar verblijd.

Voedsters

  • Rebekka’s voedster gaat met haar mee naar KanaänGen 24:59
    De verzen
    Gen 24:59Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
  • Sara: “Wie zou Abraham gezegd hebben: Sara heeft zonen gezoogd?”Gen 21:7
    De verzen
    Gen 21:7Voorts zeide zij: Wie zou Abraham gezegd hebben: Sara heeft zonen gezoogd? want ik heb een zoon gebaard in zijn ouderdom.
  • Mozes: “Draag het … gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt”Num 11:12
    De verzen
    Num 11:12Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
  • Paulus: zacht, als een voedster die haar eigen kinderen koestert1 Tess 2:7
    De verzen
    1 Tess 2:7Maar wij zijn vriendelijk geweest in het midden van u, gelijk als een voedster haar kinderen koestert;

Lang zonder kinderen

  • Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kindGen 11:30
    De verzen
    Gen 11:30En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.
  • Sarai geeft Abram haar dienstmaagd Hagar om door haar een huis te bouwenGen 16:1–2
    De verzen
    Gen 16:1–2Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar. Zo zeide Sarai tot Abram: Zie toch, de HEERE heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd, misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram hoorde naar de stem van Sarai.
  • Sara lacht: zij is de leeftijd van het baren voorbijGen 18:11–14
    De verzen
    Gen 18:11–14Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen. Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is? En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben? Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
  • Sara baart Izak; Abraham is honderd jaar oudGen 17:17, Gen 21:2, Gen 21:5
    De verzen
    Gen 17:17Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?
    Gen 21:2En Sara werd bevrucht, en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, ter gezetter tijd, dien hem God gezegd had.
    Gen 21:5En Abraham was honderd jaren oud, als hem Izak zijn zoon geboren werd.
  • Izak bidt voor de onvruchtbare Rebekka, en zij wordt zwangerGen 25:21
    De verzen
    Gen 25:21En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.
  • Rachel: “Geef mij kinderen! of indien niet, zo ben ik dood”Gen 30:1–2
    De verzen
    Gen 30:1–2Als nu Rachel zag, dat zij Jakob niet baarde, zo benijdde Rachel haar zuster; en zij zeide tot Jakob: Geef mij kinderen! of indien niet, zo ben ik dood. Toen ontstak Jakobs toorn tegen Rachel, en hij zeide: Ben ik dan in plaats van God, Die de vrucht des buiks van u geweerd heeft?
  • Rachel en Lea marchanderen om dudaïmGen 30:14–16
    De verzen
    Gen 30:14–16En Ruben ging in de dagen van de tarweoogst, en hij vond Dudaim in het veld, en hij bracht die tot zijn moeder Lea. Toen zeide Rachel tot Lea: Geef mij toch van uws zoons Dudaim. En zij zeide tot haar: Is het weinig, dat gij mijn man genomen hebt, dat gij ook mijns zoons Dudaim nemen zult? Toen zeide Rachel: Daarom zal hij dezen nacht voor uws zoons Dudaim bij u liggen. Als nu Jakob des avonds uit het veld kwam, ging Lea uit hem tegemoet, en zeide: Gij zult tot mij inkomen; want ik heb u om loon zekerlijk gehuurd voor mijns zoons Dudaim; en hij lag dien nacht bij haar.
  • Rachel baart Jozef: “God heeft mijn smaadheid weggenomen!”Gen 30:22–24
    De verzen
    Gen 30:22–24God dacht ook aan Rachel; en God verhoorde haar, en opende haar baarmoeder. En zij werd bevrucht, en baarde een zoon; en zij zeide: God heeft mijn smaadheid weggenomen! En zij noemde zijn naam Jozef, zeggende: De HEERE voege mij een anderen zoon daartoe.
  • De onvruchtbare vrouw van Manoach baart SimsonRecht 13:2–3, Recht 13:24
    De verzen
    Recht 13:2–3En er was een man van Zora, uit het geslacht van een Daniet, wiens naam was Manoach; en zijn huisvrouw was onvruchtbaar en baarde niet. En een Engel des HEEREN verscheen aan deze vrouw, en Hij zeide tot haar: Zie nu, gij zijt onvruchtbaar, en hebt niet gebaard; maar gij zult zwanger worden, en een zoon baren.
    Recht 13:24Daarna baarde deze vrouw een zoon, en zij noemde zijn naam Simson; en dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende het.
  • Elkana geeft de kinderloze Hanna een dubbel deel1 Sam 1:2, 1 Sam 1:5
    De verzen
    1 Sam 1:2En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
    1 Sam 1:5Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten.
  • Peninna tergt Hanna jaar na jaar1 Sam 1:6–7
    De verzen
    1 Sam 1:6–7En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had. En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet.
  • Hanna weent en doet een gelofte; zij baart Samuël1 Sam 1:10–11, 1 Sam 1:19–20
    De verzen
    1 Sam 1:10–11Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer. En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.
    1 Sam 1:19–20En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar. En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuel: Want, zeide zij, ik heb hem van den HEERE gebeden.
  • Hanna krijgt later nog meer kinderen1 Sam 2:21
    De verzen
    1 Sam 2:21Want de HEERE bezocht Hanna, en zij werd bevrucht, en baarde drie zonen en twee dochters; en de jongeling Samuel werd groot bij den HEERE.
  • De Sunamietische, wier man oud is, krijgt het volgende jaar een zoon2 Kon 4:14–17
    De verzen
    2 Kon 4:14–17Toen had hij gezegd: Wat is er dan voor haar te doen? En Gehazi had gezegd: Zij heeft toch geen zoon, en haar man is oud. Daarom had hij gezegd: Roep haar. En als hij ze geroepen had, stond zij in de deur.) En hij zeide: Op dezen gezetten tijd, omtrent dezen tijd des levens zult gij een zoon omhelzen. En zij zeide: Neen, mijn heer, gij, man Gods, lieg tegen uw dienstmaagd niet. En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon op dien gezette tijd, omtrent den tijd des levens, dien Elisa tot haar gesproken had.
  • Michal had geen kind tot de dag van haar dood2 Sam 6:23
    De verzen
    2 Sam 6:23Michal nu, Sauls dochter, had geen kind, tot den dag van haar dood toe.
  • Elizabet, onvruchtbaar en oud, wordt zwanger en verbergt zich vijf maandenLuc 1:7, Luc 1:24–25, Luc 1:36
    De verzen
    Luc 1:7En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.
    Luc 1:24–25En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende: Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.
    Luc 1:36En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.
  • Hij doet de onvruchtbare wonen in het huis, een blijde moeder van kinderenPs 113:9
    De verzen
    Ps 113:9Die de onvruchtbare doet wonen met een huisgezin, een blijde moeder van kinderen. Hallelujah!

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein