Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Vraatzucht

Dagelijks leven

Vraatzucht in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (18), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

  • Aan tafel bij een heerser? Zet een mes aan je keelSpr 23:1–3
    De verzen
    Spr 23:1–3Als gij aangezeten zult zijn om met een heerser te eten, zo zult gij scherpelijk letten op dengene, die voor uw aangezicht is. En zet een mes aan uw keel, indien gij een gulzig mens zijt; Laat u niet gelusten zijner smakelijke spijzen, want het is een leugenachtig brood.
  • Vind je honing, eet dan zoveel als je nodig hebtSpr 25:16
    De verzen
    Spr 25:16Hebt gij honig gevonden, eet dat u genoeg is; opdat gij misschien daarvan niet zat wordt, en dien uitspuwt.
  • Wie met brassers omgaat, doet zijn vader schande aanSpr 28:7
    De verzen
    Spr 28:7Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.
  • Wees niet onder hen die zich met vlees volproppenSpr 23:20–21
    De verzen
    Spr 23:20–21Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters; Want een zuiper en vraat zal arm worden; en de sluimering doet verscheurde klederen dragen.
  • Welgelukzalig het land waarvan de vorsten op hun tijd etenPred 10:17
    De verzen
    Pred 10:17Welgelukzalig zijt gij, land! welks koning een zoon der edelen is, en welks vorsten ter rechter tijd eten, tot sterkte en niet tot drinkerij.
  • “Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven”Jes 22:13, 1 Kor 15:32
    De verzen
    Jes 22:13Maar ziet, er is vreugde en blijdschap met runderen te doden, en schapen te kelen, vlees te eten, en wijn te drinken, en te zeggen: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven.
    1 Kor 15:32Zo ik, naar den mens, tegen de beesten gevochten heb te Efeze, wat nuttigheid is het mij, indien de doden niet opgewekt worden? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.
  • Uitgestrekt op ivoren bedden, etend van lammeren en kalverenAmos 6:4
    De verzen
    Amos 6:4Die daar liggen op elpenbenen bedsteden, en weelderig zijn op hun koetsen, en eten de lammeren van de kudde, en de kalveren uit het midden van den meststal.
  • De rijke dwaas: “Eet, drink, wees vrolijk”Luc 12:19–20
    De verzen
    Luc 12:19–20En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk. Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn?
  • “Welker God is de buik”Fil 3:19
    De verzen
    Fil 3:19Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken.
  • Een van hen: “De Kretensen zijn … luie buiken”Tit 1:12
    De verzen
    Tit 1:12Een uit hen, zijnde hun eigen profeet, heeft gezegd: De Kretensen zijn altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken.

Voorbeelden

  • De uitgeputte Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht voor rode soepGen 25:29–34
    De verzen
    Gen 25:29–34En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede. En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom. Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte. En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte? Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte. En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.
  • Israël weent om de vis, komkommers en meloenen van EgypteNum 11:4–6, Ps 78:18
    De verzen
    Num 11:4–6En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook. Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
    Ps 78:18En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust.
  • Het volk verzamelt twee dagen lang kwakkels; een plaag volgtNum 11:31–33
    De verzen
    Num 11:31–33Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde. Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger. Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.
  • De knecht van Eli’s zonen haalt vlees op met een drietandige vork1 Sam 2:12–17
    De verzen
    1 Sam 2:12–17Doch de zonen van Eli waren kinderen Belials; zij kenden den HEERE niet. Want de wijze dier priesters met het volk was, dat, wanneer iemand een offerande offerde, des priesters jongen kwam, terwijl het vlees kookte, met een drietandigen krauwel in zijn hand; En sloeg in de teile, of in den ketel, of in de pan, of in den pot; al wat de krauwel optrok, dat nam de priester voor zich. Alzo deden zij aan al de Israelieten, die te Silo kwamen. Ook eer zij het vet aanstaken, kwam des priesters jongen, en zeide tot den man, die offerde: Geef dat vlees om te braden voor den priester; want hij zal geen gekookt vlees van u nemen, maar rauw. Wanneer nu die man tot hem zeide: Zij zullen dat vet als heden ganselijk aansteken, zo neem dan voor u, gelijk als het uw ziel lusten zal; zo zeide hij tot hem: Nu zult gij het immers geven, en zo niet, ik zal het met geweld nemen. Alzo was de zonde dezer jongelingen zeer groot voor het aangezicht des HEEREN; want de lieden verachtten het spijsoffer des HEEREN.
  • Een weerspannige zoon, aangeklaagd als “een brasser en zuiper”Deut 21:20
    De verzen
    Deut 21:20En zij zullen zeggen tot de oudsten zijner stad: Deze onze zoon is afwijkende en wederspannig, hij is onze stem niet gehoorzaam; hij is een brasser en zuiper.
  • Jezus wordt “een vraat en wijnzuiper” genoemdMatt 11:19
    De verzen
    Matt 11:19De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein