Ontdekken › Onderwerpen › Luiheid
Dagelijks leven
Luiheid in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (26), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
Uit de Spreuken
- Ga tot de mier, gij luiaard: zij verzamelt in de zomer haar spijsSpr 6:6–8
De verzen
Spr 6:6–8Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.
- Een weinig slaap, en de armoede komt als een roverSpr 6:9–11
De verzen
Spr 6:9–11Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan? Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende; Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.
- De akker van de luiaard: doornen, distels en een ingestorte stenen muurSpr 24:30–34
De verzen
Spr 24:30–34Ik ging voorbij den akker eens luiaards, en voorbij den wijngaard van een verstandeloos mens; En ziet, hij was gans opgeschoten van distelen; zijn gedaante was met netelen bedekt, en zijn stenen scheidsmuur was afgebroken. Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan; Een weinig slapens, een weinig sluimerens, en weinig handvouwens, al nederliggende; Zo zal uw armoede u overkomen, als een wandelaar, en uw velerlei gebrek als een gewapend man.
- Een bedrieglijke hand maakt armSpr 10:4
De verzen
Spr 10:4Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.
- Wie in de oogst slaapt, is een zoon die beschaamd maaktSpr 10:5
De verzen
Spr 10:5Die in den zomer vergadert, is een verstandig zoon; maar die in den oogst vast slaapt, is een zoon die beschaamd maakt.
- Als azijn voor de tanden en rook voor de ogenSpr 10:26
De verzen
Spr 10:26Gelijk edik den tanden, en gelijk rook den ogen is, zo is de luie dengenen, die hem uitzenden.
- Luiheid eindigt in herendienstSpr 12:24
De verzen
Spr 12:24De hand der vlijtigen zal heersen; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.
- De bedrieglijke braadt zijn wild nietSpr 12:27
De verzen
Spr 12:27Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.
- De luiaard begeert en heeft toch nietsSpr 13:4, Spr 21:25
- De weg van de luiaard is als een doornhegSpr 15:19
De verzen
Spr 15:19De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is welgebaand.
- Wie traag is in zijn werk, is een broeder van de verdoenerSpr 18:9
De verzen
Spr 18:9Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.
- Hij steekt zijn hand in de schotel en brengt haar niet naar zijn mondSpr 19:24, Spr 26:15
- Hij ploegt niet op tijd en vindt niets in de oogstSpr 20:4
De verzen
Spr 20:4Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.
- “Er is een leeuw buiten!”Spr 22:13, Spr 26:13
- Zoals een deur draait op haar hengsel, zo de luiaard op zijn bedSpr 26:14
De verzen
Spr 26:14Een deur keert om op haar herre, alzo de luiaard op zijn bed.
- Hij is wijzer in eigen ogen dan zeven die verstandig antwoordenSpr 26:16
De verzen
Spr 26:16De luiaard is wijzer in zijn ogen, dan zeven, die met rede antwoorden.
Elders
- Door luiheid zakt het dak in en lekt het huisPred 10:18
De verzen
Pred 10:18Door grote luiheid verzwakt het gebint, en door slapheid der handen wordt het huis doorlekkende.
- De zot vouwt zijn handen samenPred 4:5
De verzen
Pred 4:5De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.
- De knecht die zijn talent begroef, wordt lui genoemdMatt 25:26
De verzen
Matt 25:26Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb.
- Laat uw ijver niet verslappenRom 12:11
De verzen
Rom 12:11Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.
- “Zo iemand niet wil werken, dat hij ook niet ete”2 Tess 3:10–12
De verzen
2 Tess 3:10–12Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete. Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende. Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende, hun eigen brood eten.
- Jonge weduwen leren ledig te zijn en van huis tot huis te gaan1 Tim 5:13
De verzen
1 Tim 5:13En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.
- Wordt niet traagHebr 6:12
De verzen
Hebr 6:12Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beerven.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein