Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Ziekte en geneesheren

Dagelijks leven

Ziekte en geneesheren in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (41), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

Geneesheren

  • Jozefs medicijnmeesters balsemen JakobGen 50:2
    De verzen
    Gen 50:2En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israel.
  • Asa, krank aan zijn voeten, zoekt de medicijnmeesters2 Kron 16:12, 1 Kon 15:23
    De verzen
    2 Kron 16:12Asa nu werd, in het negen en dertigste jaar van zijn koninkrijk, krank aan zijn voeten; tot op het hoogste toe was zijn krankheid; daartoe ook zocht hij den HEERE niet in zijn krankheid, maar de medicijnmeesters.
    1 Kon 15:23Het overige nu van alle geschiedenissen van Asa, en al zijn macht, en al wat hij gedaan heeft, en de steden, die hij gebouwd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? Doch in den tijd zijns ouderdoms werd hij krank aan zijn voeten.
  • Een vrouw, twaalf jaar met een vloed des bloeds, had alles aan medicijnmeesters uitgegevenMarc 5:25–26, Luc 8:43
    De verzen
    Marc 5:25–26En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;
    Luc 8:43En een vrouw, die twaalf jaren lang den vloed des bloeds gehad had, welke al haar leeftocht aan medicijnmeesters ten koste gelegd had; en van niemand had kunnen genezen worden,
  • “Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn”Matt 9:12
    De verzen
    Matt 9:12Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.
  • Een spreekwoord: “Medicijnmeester! genees Uzelven”Luc 4:23
    De verzen
    Luc 4:23En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester! genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
  • Lukas, “de medicijnmeester, de geliefde”Kol 4:14
    De verzen
    Kol 4:14U groet Lukas, de medicijnmeester, de geliefde, en Demas.
  • “Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?”Jer 8:22
    De verzen
    Jer 8:22Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?

Geneesmiddelen

  • Een pleister van vijgen voor Hizkia’s gezwel2 Kon 20:7, Jes 38:21
    De verzen
    2 Kon 20:7Daarna zeide Jesaja: Neemt een klomp vijgen; en zij namen ze, en leiden ze op de zweer, en hij werd genezen.
    Jes 38:21Jesaja nu had gezegd: Laat men nemen een klomp vijgen, en tot een pleister op het gezwel maken, en hij zal genezen.
  • De Samaritaan verbindt wonden en giet er olie en wijn inLuc 10:34
    De verzen
    Luc 10:34En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.
  • Een weinig wijn voor de maag en de menigvuldige zwakheden1 Tim 5:23
    De verzen
    1 Tim 5:23Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.
  • De zieken werden met olie gezalfdMarc 6:13, Jak 5:14
    De verzen
    Marc 6:13En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
    Jak 5:14Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.
  • Een blijmoedig hart is een goed medicijnSpr 17:22
    De verzen
    Spr 17:22Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.

Voorbeelden

  • Jakob wordt ziek; Jozef brengt zijn twee zonenGen 48:1
    De verzen
    Gen 48:1Het geschiedde nu na deze dingen, dat men Jozef zeide: Zie, uw vader is krank! Toen nam hij zijn twee zonen met zich, Manasse en Efraim!
  • Een Egyptische slaaf wordt door zijn heer achtergelaten als hij ziek wordt1 Sam 30:13
    De verzen
    1 Sam 30:13Daarna zeide David tot hem: Wiens zijt gij? En van waar zijt gij? Toen zeide de Egyptische jongen: Ik ben de knecht van een Amalekietischen man, en mijn heer heeft mij verlaten, omdat ik voor drie dagen krank geworden ben.
  • Jerobeams zoon wordt ziek; zijn moeder gaat verkleed naar de profeet1 Kon 14:1–3
    De verzen
    1 Kon 14:1–3Te dierzelfder tijd was Abia, de zoon van Jerobeam, krank. En Jerobeam zeide tot zijn huisvrouw: Maak u nu op, en verstel u, dat men niet merkte, dat gij Jerobeams huisvrouw zijt, en ga heen naar Silo, zie, daar is de profeet Ahia, die van mij gesproken heeft, dat ik koning zou zijn over dit volk. En neem in uw hand tien broden, en koeken, en een kruik honig, en ga tot hem; hij zal u te kennen geven, wat dezen jongen geschieden zal.
  • De zoon van de weduwe te Zarfath wordt ziek1 Kon 17:17
    De verzen
    1 Kon 17:17En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.
  • De jongen van de Sunamietische op het veld: “Mijn hoofd, mijn hoofd!”2 Kon 4:18–20
    De verzen
    2 Kon 4:18–20Toen nu het kind groot werd, geschiedde het op een dag, dat het uitging tot zijn vader, tot de maaiers. En het zeide tot zijn vader: Mijn hoofd, mijn hoofd! Hij dan zeide tot een jongen: Draag hem tot zijn moeder. En hij droeg hem, en bracht hem tot zijn moeder. En hij zat op haar knieen tot aan den middag toe; toen stierf hij.
  • Ahazia raakt gewond bij een val door een tralie2 Kon 1:2
    De verzen
    2 Kon 1:2En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.
  • Benhadad van Syrië vraagt Elisa of hij zal genezen2 Kon 8:7–8
    De verzen
    2 Kon 8:7–8Daarna kwam Elisa te Damaskus, als Benhadad, de koning van Syrie, krank was; en men boodschapte hem, zeggende: De man Gods is herwaarts gekomen. Toen zeide de koning tot Hazael: Neem een geschenk in uw hand, en ga den man Gods tegemoet; en vraag door hem den HEERE, zeggende: Zal ik van deze krankheid genezen?
  • Elisa wordt krank aan de ziekte waaraan hij stierf2 Kon 13:14
    De verzen
    2 Kon 13:14Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf; en Joas, de koning van Israel, was tot hem afgekomen, en had geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijn ruiteren!
  • Hizkia is krank tot stervens toe, en geneest danJes 38:1, 2 Kon 20:7
    De verzen
    Jes 38:1In die dagen werd Hizkia krank tot stervens toe; en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, kwam tot hem, en zeide tot hem: Alzo zegt de HEERE: Geef bevel aan uw huis; want gij zult sterven, en niet leven.
    2 Kon 20:7Daarna zeide Jesaja: Neemt een klomp vijgen; en zij namen ze, en leiden ze op de zweer, en hij werd genezen.
  • Job, vol zware zweren, schrabt zich met een potscherfJob 2:7–8
    De verzen
    Job 2:7–8Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe. En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.
  • Daniël ligt na een gezicht dagenlang ziekDan 8:27
    De verzen
    Dan 8:27Toen werd ik, Daniel, zwak, en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik was ontzet over dit gezicht; maar niemand merkte het.
  • Petrus’ schoonmoeder ligt met hevige koortsMatt 8:14, Luc 4:38
    De verzen
    Matt 8:14En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts.
    Luc 4:38En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
  • De zoon van een koninklijke hoveling ligt ziek te KapernaümJoh 4:46–47
    De verzen
    Joh 4:46–47Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum. Deze, gehoord hebbende, dat Jezus uit Judea in Galilea kwam, ging tot Hem, en bad Hem, dat Hij afkwame, en zijn zoon gezond maakte; want hij lag op zijn sterven.
  • Een maanzieke jongen valt dikwijls in het vuur of in het waterMatt 17:15
    De verzen
    Matt 17:15Heere! ontferm U over mijn zoon; want hij is maanziek, en is in zwaar lijden; want menigmaal valt hij in het vuur, en menigmaal in het water.
  • Vele zieken liggen bij het badwater Bethesda; één man al achtendertig jaarJoh 5:2–3, Joh 5:5
    De verzen
    Joh 5:2–3En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen. In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters.
    Joh 5:5En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had.
  • Een man die kreupel was van geboorte, wordt dagelijks naar de tempelpoort gedragenHand 3:2
    De verzen
    Hand 3:2En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;
  • Lazarus van Bethanië is ziek; zijn zusters laten het Jezus wetenJoh 11:1–3
    De verzen
    Joh 11:1–3En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha. (Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.) Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.
  • Dorkas wordt ziek en sterftHand 9:37
    De verzen
    Hand 9:37En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf; en als zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de opperzaal.
  • De vader van Publius ligt ziek aan koorts en buikloopHand 28:8
    De verzen
    Hand 28:8En het geschiedde, dat de vader van Publius, met koortsen en den roden loop bevangen zijnde, te bed lag; tot denwelken Paulus inging, en als hij gebeden had, legde hij de handen op hem, en maakte hem gezond.
  • Epafroditus is ziek, de dood nabijFil 2:25–27
    De verzen
    Fil 2:25–27Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft; Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was. En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
  • Paulus predikt eerst in Galatië vanwege een zwakheidGal 4:13–14
    De verzen
    Gal 4:13–14En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb; En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus.
  • Paulus laat Trofimus ziek achter te Milete2 Tim 4:20
    De verzen
    2 Tim 4:20Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein