Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Hongersnoden en droogten

Verrassende details

Hongersnoden en droogten in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (33), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

In Genesis

  • Abram trok naar Egypte, want de honger was zwaarGen 12:10
    De verzen
    Gen 12:10En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar was in dat land.
  • In een andere honger trok Izak naar Gerar, niet naar EgypteGen 26:1–2
    De verzen
    Gen 26:1–2En er was honger in dat land, behalve den eersten honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar. En de HEERE verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;
  • In Egypte zeven jaren van overvloed, daarna zeven jaren van hongerGen 41:29–30, Gen 41:54
    De verzen
    Gen 41:29–30Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn. Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.
    Gen 41:54En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.
  • Jozef stapelde koren op als het zand der zeeGen 41:48–49
    De verzen
    Gen 41:48–49En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daar binnen. Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.
  • Alle landen kwamen naar Egypte tot Jozef om koren te kopenGen 41:56–57
    De verzen
    Gen 41:56–57Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger werd sterk in Egypteland. En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
  • Tien van Jozefs broers trokken af om koren te kopenGen 42:1–3
    De verzen
    Gen 42:1–3Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander? Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven. Toen togen Jozefs tien broederen af, om koren uit Egypte te kopen.
  • Twee jaar honger, en nog vijf zonder ploegen of oogstenGen 45:6
    De verzen
    Gen 45:6Want het zijn nu twee jaren des hongers in het midden des lands; en er zijn nog vijf jaren, in welke geen ploeging noch oogst zijn zal.
  • De Egyptenaren betaalden voor brood met geld, daarna met hun veeGen 47:13–17
    De verzen
    Gen 47:13–17En er was geen brood in het ganse land; want de honger was zeer zwaar: zodat het land van Egypte en het land Kanaan raasden vanwege dien honger. Toen verzamelde Jozef al het geld, dat in Egypteland en in het land Kanaan gevonden werd, voor het koren, dat zij kochten; en Jozef bracht dat geld in Farao's huis. Als nu het geld uit Egypteland en uit het land Kanaan verdaan was, kwamen al de Egyptenaars tot Jozef, zeggende: Geef ons brood; want waarom zouden wij in uw tegenwoordigheid sterven? want het geld ontbreekt; En Jozef zeide: Geeft uw vee, zo zal ik het u geven voor uw vee, indien het geld ontbreekt. Toen brachten zij hun vee tot Jozef; en Jozef gaf hun brood voor paarden en voor het vee der schapen, en voor het vee der runderen, en voor ezels; en hij voedde hen met brood, datzelve jaar, voor al hun vee.
  • Toen verkochten zij hun akkers, en het land werd van FaraoGen 47:19–20
    De verzen
    Gen 47:19–20Waarom zullen wij voor uw ogen sterven, zo wij als ons land? Koop ons en ons land voor brood; zo zullen wij en ons land Farao dienstbaar zijn; en geef zaad, opdat wij leven en niet sterven, en het land niet woest worde! Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao; want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, dewijl de honger sterk over hen geworden was; zo werd het land Farao's eigen.
  • Voortaan ging het vijfde deel van de oogst naar FaraoGen 47:23–24
    De verzen
    Gen 47:23–24Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait. Doch met de inkomsten zal het geschieden, dat gij aan Farao het vijfde deel zult geven, en de vier delen zullen voor u zijn, tot zaad des velds, en tot uw spijze en van degenen, die in uw huizen zijn, en om te eten voor uw kinderkens.

In Israël

  • In de dagen van de richters trok een gezin uit Bethlehem naar MoabRuth 1:1
    De verzen
    Ruth 1:1In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
  • Naomi keerde terug toen zij hoorde dat er weer brood wasRuth 1:6
    De verzen
    Ruth 1:6Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
  • Onder David duurde een honger drie jaar achtereen2 Sam 21:1
    De verzen
    2 Sam 21:1En er was in Davids dagen een honger, drie jaren, jaar achter jaar; en David zocht het aangezicht des HEEREN. En de HEERE zeide: Het is om Saul en om des bloedhuizes wil, omdat hij de Gibeonieten gedood heeft.
  • Elia tot Achab: noch dauw noch regen, dan op mijn woord1 Kon 17:1
    De verzen
    1 Kon 17:1En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
  • Raven brachten Elia ’s morgens en ’s avonds brood en vlees1 Kon 17:6
    De verzen
    1 Kon 17:6En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
  • Het meel in de kruik en de olie in de fles der weduwe raakten niet op1 Kon 17:14–16
    De verzen
    1 Kon 17:14–16Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal. En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen. Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
  • In het derde jaar was de honger zwaar in Samaria1 Kon 18:1–2
    De verzen
    1 Kon 18:1–2En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem. En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.
  • Achab zond Obadja uit om gras te zoeken voor de paarden en muilezels1 Kon 18:5
    De verzen
    1 Kon 18:5En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.
  • Later herinnerd: drie jaar en zes maanden geen regenLuc 4:25, Jak 5:17
    De verzen
    Luc 4:25Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israel in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
    Jak 5:17Elias was een mens van gelijke bewegingen als wij; en hij bad een gebed, dat het niet zou regenen; en het regende niet op de aarde in drie jaren en zes maanden.
  • Een honger te Gilgal: wilde kolokwinten in het moes, “de dood is in den pot”2 Kon 4:38–40
    De verzen
    2 Kon 4:38–40Als nu Elisa weder te Gilgal kwam, zo was er honger in dat land, en de zonen der profeten zaten voor zijn aangezicht; en hij zeide tot zijn jongen: Zet den groten pot aan, en zied moes voor de zonen der profeten. Toen ging er een uit in het veld, om moeskruiden te lezen, en hij vond een wilden wijnstok, en las daarvan, zijn kleed vol wilde kolokwinten, en kwam, en sneed ze in den moespot; want zij kenden ze niet. Daarna schepten zij voor de mannen op om te eten; en het geschiedde, als zij aten van dat moes, dat zij riepen en zeiden: Man Gods, de dood is in den pot! En zij konden het niet eten.
  • De Sunamietische woonde in een honger zeven jaar bij de Filistijnen2 Kon 8:1–3
    De verzen
    2 Kon 8:1–3Elisa nu had gesproken tot die vrouw, welker zoon hij levend gemaakt had, zeggende: Maak u op, en ga heen, gij en uw huisgezin, en verkeer als vreemdeling, waar gij verkeren kunt; want de HEERE heeft een honger geroepen, die ook in het land zeven jaren komen zal. En de vrouw had zich opgemaakt, en had gedaan naar het woord van den man Gods; want zij was gegaan met haar huisgezin, en had als vreemdeling verkeerd in het land der Filistijnen, zeven jaren. En het geschiedde met het einde der zeven jaren, dat de vrouw uit het land der Filistijnen wederkeerde; en zij ging uit, dat zij tot den koning riep, om haar huis en om haar akker.
  • Vier melaatse mannen vonden het leger van de Syriërs bij Samaria leeg2 Kon 7:3–5
    De verzen
    2 Kon 7:3–5Er waren nu vier melaatse mannen voor de deur der poort; die zeiden, de een tot den ander: Wat blijven wij hier, totdat wij sterven? Indien wij zeggen: Laat ons in de stad komen, zo is de honger in de stad, en wij zullen daar sterven, en indien wij hier blijven, wij zullen ook sterven; nu dan, komt, en laat ons in het leger der Syriers vallen; indien zij ons laten leven, wij zullen leven; en indien zij ons doden, wij zullen maar sterven. En zij stonden op in de schemering, om in het leger der Syriers te komen. Toen zij aan het uiterste van het leger der Syriers kwamen, ziet, toen was er niemand.
  • Daarna kostte een maat meelbloem een sikkel2 Kon 7:16
    De verzen
    2 Kon 7:16Toen ging het volk uit, en beroofde het leger der Syriers; en een maat meelbloem werd verkocht voor een sikkel, en twee maten gerst voor een sikkel, naar het woord des HEEREN.
  • Bij het beleg van Jeruzalem had het volk des lands geen brood2 Kon 25:3, Jer 52:6
    De verzen
    2 Kon 25:3Op den negenden der vierde maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk des lands geen brood had,
    Jer 52:6In de vierde maand, op den negenden der maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk des lands geen brood had;
  • Jeremia: de aardbodem is gespleten; de hinde verlaat haar jong omdat er geen gras isJer 14:4–5
    De verzen
    Jer 14:4–5Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.
  • Klaagliederen: de kinderkens eisen broodKlaagl 4:4
    De verzen
    Klaagl 4:4Daleth. De tong van het zoogkind kleeft aan zijn gehemelte van dorst; de kinderkens eisen brood, er is niemand, die het hun mededeelt.
  • In de dagen van Nehemia verpandden mensen akkers en huizen om koren te kopenNeh 5:3
    De verzen
    Neh 5:3Ook waren er, die zeiden: Wij verpanden onze akkers, en onze wijngaarden, en onze huizen, opdat wij in dezen honger koren mogen opnemen.

In het Nieuwe Testament

  • In Jezus’ gelijkenis raakt de jongste zoon door een grote hongersnood in gebrekLuc 15:14
    De verzen
    Luc 15:14En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden.
  • Agabus voorzei een grote hongersnood; die kwam onder ClaudiusHand 11:28
    De verzen
    Hand 11:28En een uit hen, met name Agabus, stond op, en gaf te kennen door den Geest, dat er een grote hongersnood zou wezen over de gehele wereld; dewelke ook gekomen is onder den keizer Claudius.
  • De discipelen zonden hulp naar Judea door Barnabas en SaulusHand 11:29–30
    De verzen
    Hand 11:29–30En naardat een iegelijk der discipelen vermocht, besloot elk van hen iets te zenden ten dienste der broederen, die in Judea woonden. Hetwelk zij ook deden, en zonden het tot de ouderlingen, door de hand van Barnabas en Saulus.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein