Ontdekken › Onderwerpen › Torens en wachttorens
Verrassende details
Torens en wachttorens in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (30), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
- Bij Babel: een stad met een toren waarvan de top tot aan de hemel reiktGen 11:4
De verzen
Gen 11:4En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
- De HEERE kwam neder om de stad en de toren te zienGen 11:5
De verzen
Gen 11:5Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.
- Zij hielden op de stad te bouwen, en die werd Babel genoemdGen 11:8–9
De verzen
Gen 11:8–9Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen. Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.
- Jakob sloeg zijn tent op aan gene zijde van de toren EderGen 35:21
De verzen
Gen 35:21Toen verreisde Israel, en hij spande zijn tent op gene zijde van Migdal-Eder.
Torens in de oorlog
- Gideon dreigde de toren van Pnuel en brak hem later afRecht 8:9, Recht 8:17
De verzen
Recht 8:9Daarom sprak hij ook tot de lieden van Pnuel, zeggende: Als ik met vrede wederkome, zal ik deze toren afwerpen.
Recht 8:17En den toren van Pnuel wierp hij af, en doodde de lieden der stad.
- Ongeveer duizend stierven toen Abimelech de toren van Sichem verbranddeRecht 9:46, Recht 9:49
De verzen
Recht 9:46Als alle burgers des torens van Sichem dat hoorden, zo gingen zij in de sterkte, in het huis van den god Berith.
Recht 9:49Zo hieuw ook al het volk een iegelijk zijn tak af, en zij volgden Abimelech na, en leiden ze aan de sterkte, en verbrandden daardoor de sterkte met vuur; dat ook alle lieden des torens van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen.
- In Thebez sloten de mensen zich op in een sterke torenRecht 9:50–52
De verzen
Recht 9:50–52Voorts toog Abimelech naar Thebez, en hij legerde zich tegen Thebez, en nam haar in. Doch er was een sterke toren in het midden der stad; zo vloden daarheen al de mannen en de vrouwen, en alle burgers van de stad, en sloten voor zich toe; en zij klommen op het dak des torens. Toen kwam Abimelech tot aan den toren, en bestormde dien; en hij genaakte tot aan de deur des torens, om dien met vuur te verbranden.
- Van het dak ervan wierp een vrouw een molensteen op AbimelechRecht 9:53
De verzen
Recht 9:53Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.
- Een wachter op de toren te Jizreël zag de bende van Jehu aankomen2 Kon 9:17
De verzen
2 Kon 9:17De wachter nu stond op den toren te Jizreel, en zag den hoop van Jehu, als hij aankwam, en zeide: Ik zie een hoop. Toen zeide Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet, en dat hij zegge: Is het vrede?
- “Van den wachttoren af tot de vaste steden toe”2 Kon 17:9, 2 Kon 18:8
De verzen
2 Kon 17:9En de kinderen Israels hadden de zaken, die niet recht zijn, tegen den HEERE, hun God, bemanteld; en hadden zich hoogten gebouwd in al hun steden, van den wachttoren af tot de vaste steden toe.
2 Kon 18:8Hij sloeg de Filistijnen tot Gaza toe, en haar landpalen, van den wachttoren af tot de vaste steden toe.
Koningen die torens bouwden
- Asa: steden met muren en torens, deuren en grendels2 Kron 14:7
De verzen
2 Kron 14:7Want hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden bouwen, en muren daarom trekken, en torens, deuren en grendelen, terwijl het land nog is voor ons aangezicht; want wij hebben den HEERE, onzen God, gezocht, wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rondom henen rust gegeven. Zo bouwden zij en hadden voorspoed.
- Uzzia bouwde torens bij de poorten van Jeruzalem en in de woestijn2 Kron 26:9–10
De verzen
2 Kron 26:9–10Daartoe bouwde Uzzia torens te Jeruzalem, aan de Hoekpoort en aan de Dalpoort, en aan de hoeken; en hij sterkte ze. Hij bouwde ook torens in de woestijn, en hieuw vele putten uit, overmits hij veel vee had, beide in de laagten en in de effene velden; akkerlieden en wijngaardeniers op de bergen en op de vruchtbare velden; want hij was een liefhebber van den land bouw.
- Uzzia’s werktuigen schoten pijlen en grote stenen van de torens2 Kron 26:15
De verzen
2 Kron 26:15Hij maakte ook te Jeruzalem kunstige werken, bedenking van kunstige werkmeesters, dat zij op de torens en op de hoeken zijn zouden, om met pijlen en met grote stenen, te schieten; zo ging zijn naam tot verre toe uit, want hij werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was.
- Jotham bouwde burchten en torens in de wouden2 Kron 27:4
De verzen
2 Kron 27:4Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.
- Hizkia herbouwde de gebroken muur en zette er torens op2 Kron 32:5
De verzen
2 Kron 32:5Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.
De torens van Jeruzalem
- De toren Mea en de toren HananeëlNeh 3:1, Neh 12:39
De verzen
Neh 3:1En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
Neh 12:39En van boven de poort van Efraim, en boven de Oude poort, en boven de Vispoort, en den toren Hananeel, en den toren Mea, tot aan de Schaapspoort, en zij bleven staan in de Gevangenpoort.
- De OvenstorenNeh 3:11, Neh 12:38
- De grote toren die uitsteekt, bij de muur van OfelNeh 3:25–27
De verzen
Neh 3:25–27Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros; De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren. Daarna verbeterden de Thekoieten een andere maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
- Achttien mensen kwamen om toen de toren in Siloam instortteLuc 13:4
De verzen
Luc 13:4Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
Wijngaarden en uitspraken
- Een wijngaardenier bouwt een toren en graaft een wijnpersJes 5:2, Matt 21:33
De verzen
Jes 5:2En Hij heeft dien omtuind, en van stenen gezuiverd, en Hij heeft hem beplant met edele wijnstokken; en Hij heeft in deszelfs midden een toren gebouwd, en ook een wijnbak daarin uitgehouwen; en Hij heeft verwacht, dat hij goede druiven zou voortbrengen, maar hij heeft stinkende druiven voortgebracht.
Matt 21:33Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands.
- Jezus: bereken de kosten voordat u een toren bouwtLuc 14:28–30
De verzen
Luc 14:28–30Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neder, en overrekent de kosten, of hij ook heeft, hetgeen tot volmaking nodig is? Opdat niet misschien, als hij het fondament gelegd heeft, en niet kan voleindigen, allen, die het zien, hem beginnen te bespotten. Zeggende: Deze mens heeft begonnen te bouwen, en heeft niet kunnen voleindigen.
- Een wachter: dag aan dag sta ik op de wachttorenJes 21:8
De verzen
Jes 21:8En hij riep: Een leeuw, Heere! ik sta op den wachttoren geduriglijk bij dag, en op mijn hoede zet ik mij ganse nachten.
- Hooglied: uw hals is als de toren van DavidHoogl 4:4, Hoogl 7:4
De verzen
Hoogl 4:4Uw hals is als Davids toren, die gebouwd is tot ophanging van wapentuig, waar duizend rondassen aan hangen, altemaal zijnde schilden der helden.
Hoogl 7:4Uw hals is als een elpenbenen toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damaskus ziet.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein