Ontdekken › Onderwerpen › Nazireeërs en hun gelofte
Verrassende details
Nazireeërs en hun gelofte in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (27), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
In de Wet
- Een man of een vrouw kon de bijzondere gelofte van een Nazireeër doenNum 6:2
De verzen
Num 6:2Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer een man of een vrouw zich afgescheiden zal hebben, belovende de gelofte eens Nazireers, om zich den HEERE af te zonderen;
- Geen wijn, sterke drank, azijn, druivensap, druiven of rozijnenNum 6:3
De verzen
Num 6:3Van wijn en sterken drank zal hij zich afzonderen; wijnedik, en edik van sterken drank zal hij niet drinken, noch enige vochtigheid van druiven zal hij drinken, noch verse of gedroogde druiven eten.
- Niets van de wijnstok, zelfs niet de pitten of de schillenNum 6:4
De verzen
Num 6:4Al de dagen van zijn Nazireerschap zal hij niet eten van iets, dat van den wijnstok des wijns gemaakt is, van de kernen af tot de basten toe.
- Geen scheermes over het hoofd: het haar moet lang groeienNum 6:5
De verzen
Num 6:5Al de dagen der gelofte van zijn Nazireerschap zal het scheermes over zijn hoofd niet gaan; totdat die dagen vervuld zullen zijn, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij heilig zijn, latende de lokken van het haar zijns hoofds wassen.
- Bij geen dode komen, ook niet bij vader of moederNum 6:6–7
De verzen
Num 6:6–7Al de dagen, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij tot het lichaam eens doden niet gaan. Om zijn vader of om zijn moeder, om zijn broeder of om zijn zuster, om hen zal hij zich niet verontreinigen, als zij dood zijn; want het Nazireerschap zijns Gods is op zijn hoofd.
- Stierf iemand plotseling bij hem: op de zevende dag het hoofd scherenNum 6:9
De verzen
Num 6:9En zo de gestorvene bij hem onvoorziens haastelijk gestorven ware, dat hij het hoofd van zijn Nazireerschap zou verontreinigd hebben, zo zal hij op den dag zijner reiniging zijn hoofd bescheren; op den zevenden dag zal hij het bescheren.
- Op de achtste dag: twee tortelduiven of twee jonge duivenNum 6:10
De verzen
Num 6:10En op den achtsten dag zal hij twee tortelduiven, of twee jonge duiven brengen tot den priester, tot de deur van de tent der samenkomst.
- De vorige dagen telden niet; de gelofte begon opnieuwNum 6:12
De verzen
Num 6:12Daarna zal hij de dagen van zijn Nazireerschap den HEERE afzonderen, en zal een lam, dat eenjarig is, brengen ten schuldoffer; en de vorige dagen zullen vallen, omdat zijn Nazireerschap verontreinigd was.
- Aan het einde: een mannelijk lam, een vrouwelijk lam, een ram en ongezuurde brodenNum 6:13–15
De verzen
Num 6:13–15En dit is de wet des Nazireers: op den dag, als de dagen van zijn Nazireerschap zullen vervuld zijn, zal hij dit brengen tot de deur van de tent der samenkomst. Hij dan zal tot zijn offerande den HEERE offeren een volkomen eenjarig lam ten brandoffer, en een volkomen eenjarig ooilam ten zondoffer, en een volkomen ram ten dankoffer. En een korf ongezuurde koeken, koeken van meelbloem, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken, mitsgaders hun spijsoffer, en hun drankofferen;
- De Nazireeër schoor zijn hoofd en legde het haar op het vuurNum 6:18
De verzen
Num 6:18Alsdan zal de Nazireer, aan de deur van de tent der samenkomst, het hoofd van zijn Nazireerschap bescheren; en hij zal het hoofdhaar van zijn Nazireerschap nemen, en hij zal het leggen op het vuur, dat onder het dankoffer is.
- Daarna mag de Nazireeër wijn drinkenNum 6:20
De verzen
Num 6:20En de priester zal die bewegen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN; het is een heilig ding voor den priester, met de borst des beweegoffers, en met den schouder des hefoffers; en daarna zal die Nazireer wijn drinken.
Genoemde Nazireeërs
- Simsons moeder mag geen wijn drinken en niets onreins etenRecht 13:4, Recht 13:7, Recht 13:14
De verzen
Recht 13:4Zo wacht u toch nu, en drink geen wijn noch sterken drank, en eet niets onreins.
Recht 13:7Maar Hij zeide tot mij: Zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren; zo drink nu geen wijn noch sterken drank, en eet niets onreins; want dat knechtje zal een Nazireer Gods zijn, van moeders buik af tot op den dag zijns doods.
Recht 13:14Zij zal niet eten van iets, dat van den wijnstok des wijns voortkomt; en wijn en sterken drank zal zij niet drinken, noch iets onreins eten; al wat Ik haar geboden heb, zal zij onderhouden.
- Simson zou een Nazireeër zijn van de moederschoot af; geen scheermes op zijn hoofdRecht 13:5
De verzen
Recht 13:5Want zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren, op wiens hoofd geen scheermes zal komen; want dat knechtje zal een Nazireer Gods zijn, van moeders buik af; en hij zal beginnen Israel te verlossen uit der Filistijnen hand.
- Simson: “Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen”Recht 16:17
De verzen
Recht 16:17Zo verklaarde hij haar zijn ganse hart, en zeide tot haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben een Nazireer Gods van mijn moeders buik af; indien ik geschoren wierd, zo zou mijn kracht van mij wijken, en ik zou zwak worden, en wezen als alle de mensen.
- Delila liet het haar van zijn hoofd afscherenRecht 16:19
De verzen
Recht 16:19Toen deed zij hem slapen op haar knieen, en riep een man en liet hem de zeven haarlokken zijns hoofds afscheren, en zij begon hem te plagen; en zijn kracht week van hem.
- Hanna beloofde dat er nooit een scheermes op het hoofd van haar zoon zou komen1 Sam 1:11
De verzen
1 Sam 1:11En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.
- Johannes de Doper zou nooit wijn of sterke drank drinkenLuc 1:15, Luc 7:33
De verzen
Luc 1:15Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.
Luc 7:33Want Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel.
- Amos: uit uw jongelingen werden Nazireeërs verwekt, maar gij gaaft hun wijn te drinkenAmos 2:11–12
De verzen
Amos 2:11–12En Ik heb sommigen uit uw zonen tot profeten verwekt, en uit uw jongelingen tot Nazireen; is dit niet alzo, gij kinderen Israels? spreekt de HEERE. Maar gijlieden hebt aan de Nazireen wijn te drinken gegeven, en gij hebt den profeten geboden, zeggende: Gij zult niet profeteren.
Geloften in Handelingen
- Paulus liet in Kenchreën zijn hoofd scheren vanwege een gelofteHand 18:18
De verzen
Hand 18:18En als Paulus er nog vele dagen gebleven was, nam hij afscheid van de broederen, en scheepte van daar naar Syrie; en Priscilla en Aquila met hem, zijn hoofd te Kenchreen geschoren hebbende; want hij had een gelofte gedaan.
- Paulus betaalde voor vier mannen met een gelofte, zodat zij hun hoofd konden scherenHand 21:23–24, Hand 21:26
De verzen
Hand 21:23–24Doe dan hetgeen wij u zeggen: Wij hebben vier mannen, die een gelofte gedaan hebben. Neem dezen tot u, en heilig u met hen, en doe de onkosten nevens hen, opdat zij het hoofd bescheren mogen; en alle mogen weten, dat er niets is aan hetgeen, waarvan zij, aangaande u, bericht zijn; maar dat gij alzo wandelt, dat gij ook zelve de wet onderhoudt.
Hand 21:26Toen nam Paulus de mannen met zich, en den dag daaraan met hen geheiligd zijnde, ging hij in den tempel, en verkondigde, dat de dagen der heiliging vervuld waren, blijvende daar, totdat voor een iegelijk van hen de offerande opgeofferd was.
De Rechabieten
- De Rechabieten dronken geen wijn, zoals hun vader Jonadab geboden hadJer 35:6, Jer 35:14
De verzen
Jer 35:6Maar zij zeiden: Wij zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden, zeggende: Gijlieden zult geen wijn drinken, gij, noch uw kinderen, tot in eeuwigheid.
Jer 35:14De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.
- Zij bouwden geen huizen, zaaiden geen zaad en woonden in tentenJer 35:7
De verzen
Jer 35:7Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar gij zult in tenten wonen al uw dagen; opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein