Ontdekken › Onderwerpen › Gevangenissen en ketenen
Verrassende details
Gevangenissen en ketenen in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (45), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
In het Oude Testament
- Jozef werd in de gevangenis gezet waar de gevangenen des konings lagenGen 39:20
De verzen
Gen 39:20En Jozefs heer nam hem, en leverde hem in het gevangenhuis, ter plaatse, waar des konings gevangenen gevangen waren; alzo was hij daar in het gevangenhuis.
- De overste gaf alle gevangenen in Jozefs handGen 39:22
De verzen
Gen 39:22En de overste van het gevangenhuis gaf al de gevangenen, die in het gevangenhuis waren, in Jozefs hand; en al wat zij daar deden, deed hij.
- Farao’s schenker en bakker zaten in dezelfde gevangenisGen 40:3
De verzen
Gen 40:3En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.
- Jozef werd uit de kuil gehaald, geschoren, en verwisselde van klederenGen 41:14
De verzen
Gen 41:14Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.
- Jozef hield zijn broers drie dagen vast en hield daarna Simeon gebondenGen 42:17, Gen 42:24
- Achab: zet Micha in de gevangenis met brood en water1 Kon 22:27
De verzen
1 Kon 22:27En gij zult zeggen: Zo zegt de koning: Zet dezen in het gevangenhuis, en spijst hem met brood der bedruktheid, en met water der bedruktheid, totdat ik met vrede weder kom.
- Asa liet in toorn Hanani, de ziener, in de gevangenis zetten2 Kron 16:7, 2 Kron 16:10
De verzen
2 Kron 16:7En in denzelfden tijd kwam de ziener Hanani tot Asa, den koning van Juda, en hij zeide tot hem: Omdat gij gesteund hebt op den koning van Syrie, en niet gesteund hebt op den HEERE, uw God, daarom is het heir des konings van Syrie uit uw hand ontkomen.
2 Kron 16:10Doch Asa werd toornig tegen den ziener, en leidde hem in het gevangenhuis; want hij was hierover tegen hem ontsteld; daartoe onderdrukte Asa enigen uit het volk ter zelfder tijd.
- De koning van Assyrië zette koning Hosea in de gevangenis2 Kon 17:4
De verzen
2 Kon 17:4Maar de koning van Assyrie bevond een verbintenis in Hosea, dat hij tot So, den koning van Egypte, boden gezonden had, en het geschenk aan den koning van Assyrie niet als te voren van jaar tot jaar opbracht; zo besloot hem de koning van Assyrie, en bond hem in het gevangenhuis.
- Manasse werd met haken en koperen ketenen naar Babel gebracht2 Kron 33:10–11
De verzen
2 Kron 33:10–11De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op. Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
- Zedekia, blind gemaakt, werd in koperen ketenen naar Babel gevoerd2 Kon 25:7, Jer 52:11
De verzen
2 Kon 25:7En zij slachtten de zonen van Zedekia voor zijn ogen, en men verblindde Zedekia's ogen, en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
Jer 52:11En hij verblindde de ogen van Zedekia, en hij bond hem met twee koperen ketenen; alzo bracht hem de koning van Babel naar Babel, en stelde hem in het gevangenhuis, tot den dag zijns doods toe.
- Jojachin werd na zevenendertig jaar vrijgelaten en at aan de tafel van de koning2 Kon 25:27–29
De verzen
2 Kon 25:27–29Het geschiedde daarna in het zeven en dertigste jaar der wegvoering van Jojachin, den koning van Juda, in de twaalfde maand, op den zeven en twintigsten der maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het jaar, als hij koning werd, het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief. En hij sprak vriendelijk met hem, en stelde zijn stoel boven den stoel der koningen, die bij hem te Babel waren. En hij veranderde de klederen zijner gevangenis, en hij at geduriglijk brood voor zijn aangezicht, al de dagen zijns levens.
Jeremia
- Geslagen en in de stok gezet in de bovenste poort van BenjaminJer 20:2
De verzen
Jer 20:2Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.
- Opgesloten in een kerker in het huis van Jonathan, de schrijverJer 37:15–16
De verzen
Jer 37:15–16En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, ten huize van Jonathan, den schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt. Als Jeremia in de plaats des kuils, en in de kotjes gekomen was, en Jeremia aldaar veel dagen gezeten had;
- Vastgehouden in het voorhof der bewaring, met elke dag een broodJer 32:2, Jer 37:21
De verzen
Jer 32:2(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.
Jer 37:21Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof der bewaring, en men gaf hem des daags een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo bleef Jeremia in het voorhof der bewaring.
- Met koorden neergelaten in een kuil zonder water, alleen slijkJer 38:6
De verzen
Jer 38:6Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
- Te Rama bevrijd van de ketenen aan zijn handenJer 40:1, Jer 40:4
De verzen
Jer 40:1Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd.
Jer 40:4Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; indien het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar indien het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het ganse land is voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.
In het Nieuwe Testament
- Herodes liet Johannes binden en in de gevangenis zettenMatt 14:3
De verzen
Matt 14:3Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.
- Vanuit de gevangenis zond Johannes zijn discipelen naar JezusMatt 11:2
De verzen
Matt 11:2En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;
- Johannes werd in de gevangenis onthoofdMatt 14:10
De verzen
Matt 14:10En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.
- Bar-abbas zat gevangen om oproer en doodslagLuc 23:19
De verzen
Luc 23:19Dewelke was om zeker oproer, dat in de stad geschied was, en om een doodslag, in de gevangenis geworpen.
- Jezus: “Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen”Matt 25:36
De verzen
Matt 25:36Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.
- Petrus en Johannes werden tot de volgende dag vastgehouden, want het was al avondHand 4:3
De verzen
Hand 4:3En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.
- De apostelen waren uit de gevangenis weg, die gesloten en bewaakt wasHand 5:18–19, Hand 5:23
De verzen
Hand 5:18–19En sloegen hun handen aan de apostelen, en zetten hen in de gemene gevangenis. Maar de engel des Heeren opende des nachts de deuren der gevangenis en leidde hen uit, en zeide:
Hand 5:23Zeggende: Wij vonden wel den kerker met alle verzekerdheid toegesloten, en de wachters buiten staande voor de deuren; maar als wij die geopend hadden, vonden wij niemand daarbinnen.
- Streng bewaakt sliep Petrus geketend tussen twee krijgsknechtenHand 12:4, Hand 12:6
De verzen
Hand 12:4Denwelken ook gegrepen hebbende, hij in de gevangenis zette, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier krijgsknechten, om hem te bewaren, willende na het paas feest hem voorbrengen voor het volk.
Hand 12:6Toen hem nu Herodes zou voorbrengen, sliep Petrus dienzelfden nacht tussen twee krijgsknechten, gebonden met twee ketenen; en de wachters voor de deur bewaarden de gevangenis.
- De ketenen vielen af, en de ijzeren poort ging vanzelf openHand 12:7, Hand 12:10
De verzen
Hand 12:7En ziet, een engel des Heeren stond daar, en een licht scheen in de woning, en slaande de zijde van Petrus, wekte hij hem op, zeggende: Sta haastelijk op. En zijn ketenen vielen af van de handen.
Hand 12:10En als zij door de eerste en tweede wacht gegaan waren, kwamen zij aan de ijzeren poort, die naar de stad leidt; dewelke van zelve hun geopend werd. En uitgegaan zijnde, gingen zij een straat voort, en terstond scheidde de engel van hem.
- In Filippi: de binnenste gevangenis, de voeten in de stokHand 16:23–24
De verzen
Hand 16:23–24En als zij hun vele slagen gegeven hadden, wierpen zij hen in de gevangenis, en geboden den stokbewaarder, dat hij hen zekerlijk bewaren zou. Dewelke, zulk een gebod ontvangen hebbende, wierp hen in den binnensten kerker, en verzekerde hun voeten in de stok.
- Om middernacht opende een aardbeving de deuren, en alle banden werden losHand 16:25–26
De verzen
Hand 16:25–26En omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen en de gevangenen hoorden naar hen. En er geschiedde snellijk een grote aardbeving, alzo dat de fundamenten des kerkers bewogen werden; en terstond werden al de deuren geopend, en de banden van allen werden los.
- In Jeruzalem werd Paulus met twee ketenen gebondenHand 21:33
De verzen
Hand 21:33Toen naderde de overste en greep hem, en beval, dat men hem met twee ketenen zou binden; en vraagde, wie hij was, en wat hij gedaan had.
- Felix liet Paulus twee jaar gevangenHand 24:27
De verzen
Hand 24:27Maar als twee jaren vervuld waren, kreeg Felix Porcius Festus in zijn plaats; en Felix, willende den Joden gunst bewijzen, liet Paulus gevangen.
- In Rome woonde Paulus met een krijgsknecht die hem bewaakte, aan een ketenHand 28:16, Hand 28:20
De verzen
Hand 28:16En toen wij te Rome gekomen waren, gaf de hoofdman de gevangenen over aan den overste des legers; maar aan Paulus werd toegelaten op zichzelven te wonen met den krijgsknecht, die hem bewaarde.
Hand 28:20Om deze oorzaak dan heb ik u bij mij geroepen, om u te zien en aan te spreken; want vanwege de hope Israels ben ik met deze keten omvangen.
- Hij bleef twee volle jaren in zijn eigen gehuurde woningHand 28:30
De verzen
Hand 28:30En Paulus bleef twee gehele jaren in zijn eigen gehuurde woning; en ontving allen, die tot hem kwamen;
- Onesiforus schaamde zich niet voor de keten van Paulus2 Tim 1:16
De verzen
2 Tim 1:16De Heere geve den huize van Onesiforus barmhartigheid; want hij heeft mij dikmaals verkwikt, en heeft zich mijner keten niet geschaamd.
Gouden ketenen
- Farao legde Jozef een gouden keten om de halsGen 41:42
De verzen
Gen 41:42En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en leide hem een gouden keten aan zijn hals;
- Belsazar liet Daniël een gouden keten om de hals leggenDan 5:29
De verzen
Dan 5:29Toen beval Belsazar, en zij bekleedden Daniel met purper, met een gouden keten om zijn hals, en zij riepen overluid van hem, dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was.
- Gideon nam de halssieraden van de halzen van de kemelen van MidianRecht 8:26
De verzen
Recht 8:26En het gewicht der gouden voorhoofdsierselen, die hij begeerd had, was duizend en zevenhonderd sikkelen gouds, zonder de maantjes, en ketenen, en purperen klederen, die de koningen der Midianieten aangehad hadden, en zonder de halsbanden, die aan de halzen hunner kemelen geweest waren.
- Salomo trok gouden kettingen voor het binnenste heiligdom1 Kon 6:21
De verzen
1 Kon 6:21En Salomo overtoog het huis van binnen met gesloten goud; en hij toog voor de aanspraakplaats een voorhang henen door met gouden ketenen, en overtoog dien met goud.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein