Ontdekken › Onderwerpen › Raadsels
Verrassende details
Raadsels in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (15), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
Simsons raadsel
- Simson vond bijen en honing in de leeuw die hij gedood hadRecht 14:5–9
De verzen
Recht 14:5–9Alzo ging Simson, met zijn vader en zijn moeder, henen af naar Thimnath. Als zij nu kwamen tot aan de wijngaarden van Thimnath, ziet daar, een jonge leeuw, brullende hem tegemoet. Toen werd de Geest des HEEREN vaardig over hem, dat hij hem van een scheurde, gelijk men een bokje van een scheurt, en er was niets in zijn hand; doch hij gaf zijn vader en zijn moeder niet te kennen, wat hij gedaan had. En hij kwam af, en sprak tot de vrouw; en zij beviel in Simsons ogen. En na sommige dagen kwam hij weder, om haar te nemen; toen week hij af, om het aas van den leeuw te bezien, en ziet, een bijenzwerm was in het lichaam van den leeuw, met honig. En hij nam dien in zijn handen, en ging voort, al gaande en etende; en hij ging tot zijn vader en tot zijn moeder, en gaf hun daarvan, en zij aten; doch hij gaf hun niet te kennen, dat hij den honig uit het lichaam van den leeuw genomen had.
- De weddenschap: dertig linnen hemden en dertig wisselklederenRecht 14:12–13
De verzen
Recht 14:12–13Simson dan zeide tot hen: Ik zal nu ulieden een raadsel te raden geven; indien gij mij dat in de zeven dagen dezer bruiloft wel zult verklaren en uitvinden, zo zal ik ulieden geven dertig fijne lijnwaadsklederen, en dertig wisselklederen. En indien gij het mij niet zult kunnen verklaren, zo zult gijlieden mij geven dertig fijne lijnwaadsklederen, en dertig wisselklederen. En zij zeiden tot hem: Geef uw raadsel te raden, en laat het ons horen.
- “Spijze ging uit van den eter, en zoetigheid ging uit van den sterke”Recht 14:14
De verzen
Recht 14:14En hij zeide tot hen: Spijze ging uit van den eter, en zoetigheid ging uit van den sterke. En zij konden dat raadsel in drie dagen niet verklaren.
- Zijn vrouw drong zeven dagen bij hem aan en vertelde het toen haar volkRecht 14:15–17
De verzen
Recht 14:15–17Daarna geschiedde het op den zevenden dag, dat zij tot de huisvrouw van Simson zeiden: Overreed uw man, dat hij ons dat raadsel verklare, opdat wij niet misschien u, en het huis uws vaders, met vuur verbranden. Hebt gijlieden ons genodigd, om het onze te bezitten; is het zo niet? En Simsons huisvrouw weende voor hem en zeide: Gij haat mij maar, en hebt mij niet lief; gij hebt den kinderen mijns volks een raadsel te raden gegeven, en hebt het mij niet verklaard. En hij zeide tot haar: Zie, ik heb het mijn vader en mijn moeder niet verklaard, zou ik het u dan verklaren? En zij weende voor hem, op den zevenden der dagen in dewelke zij deze bruiloft hadden; zo geschiedde het op den zevenden dag, dat hij het haar verklaarde, want zij perste hem; en zij verklaarde dat raadsel den kinderen haars volks.
- “Wat is zoeter dan honig? en wat is sterker dan een leeuw?”Recht 14:18
De verzen
Recht 14:18Toen zeiden de mannen der stad tot hem, op den zevenden dag, eer de zon onderging: Wat is zoeter dan honig? en wat is sterker dan een leeuw? En hij zeide tot hen: Zo gij met mijn kalf niet hadt geploegd, gij zoudt mijn raadsel niet hebben uitgevonden.
Andere raadsels
- De koningin van Scheba stelde Salomo op de proef met moeilijke vragen1 Kon 10:1–3, 2 Kron 9:1–2
De verzen
1 Kon 10:1–3En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken. En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was. En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
2 Kron 9:1–2En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was. En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.
- God spreekt duidelijk met Mozes, niet in raadselsNum 12:8
De verzen
Num 12:8Van mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des HEEREN aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken?
- Een psalmist opent zijn raadsel bij de harpPs 49:4
De verzen
Ps 49:4Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgene rede openen op de harp.
- De Spreuken helpen de raadsels van de wijzen te verstaanSpr 1:6
De verzen
Spr 1:6Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.
- Daniël kon raadsels verklaren en moeilijke vraagstukken oplossenDan 5:12
De verzen
Dan 5:12Omdat een voortreffelijke geest, en wetenschap, en verstand van een, die dromen uitlegt, en der aanwijzing van raadselen, en van een, die knopen ontbindt, gevonden werd in hem, in Daniel, dien de koning den naam van Beltsazar gaf; laat nu Daniel geroepen worden, die zal de uitlegging te kennen geven.
- Ezechiël moet een raadsel opgeven over een grote arendEzech 17:2–3
De verzen
Ezech 17:2–3Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels, En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Een arend, die groot was, groot van vleugelen, lang van vlerken, vol van vederen, die verscheidene verven had, kwam op den Libanon, en nam den oppersten tak van een ceder.
- De spreuken van Agur: drie dingen, vier dingenSpr 30:15–16, Spr 30:18–19, Spr 30:24–28
De verzen
Spr 30:15–16De bloedzuiger heeft twee dochters: Geef, geef! Deze drie dingen worden niet verzadigd; ja, vier zeggen niet: Het is genoeg! Het graf, de gesloten baarmoeder, de aarde, die van water niet verzadigd wordt, en het vuur zegt niet: Het is genoeg!
Spr 30:18–19Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet: De weg eens arends in den hemel; de weg ener slang op een rotssteen; de weg van een schip in het hart der zee; en de weg eens mans bij een maagd.
Spr 30:24–28Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien. De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs. De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen. De sprinkhanen hebben geen koning; nochtans gaan zij allen uit, zich verdelende in hopen. De spinnekop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein