Ontdekken › Onderwerpen › Vogels
Natuur
Vogels in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (38), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
- De vogels werden op de vijfde dag met de dieren in de zee gemaaktGen 1:20–23
De verzen
Gen 1:20–23En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
- Na de zondvloed werden ook de vogels tot voedsel gegevenGen 9:2–3
De verzen
Gen 9:2–3En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven. Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.
- Israël mag elke reine vogel etenDeut 14:11
De verzen
Deut 14:11Allen reinen vogel zult gij eten.
- Niet te eten: arend, gieren, raaf, struisvogel, uilen, ooievaar, reiger, hop, vleermuisLev 11:13–19
De verzen
Lev 11:13–19En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend, En de gier, en de kraai, naar haar aard; Alle rave naar haar aard; En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard; En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit, En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan, En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.
- Vogels wonen bij de bronnen en zingen tussen de takkenPs 104:12
De verzen
Ps 104:12Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.
- De ooievaar heeft haar huis in de dennenPs 104:17
De verzen
Ps 104:17Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.
- In de lente hoort men de stem van de tortelduifHoogl 2:12
De verzen
Hoogl 2:12De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt, en de stem der tortelduif wordt gehoord in ons land.
- Ooievaar, tortelduif, kraan en zwaluw houden de tijd van hun trekJer 8:7
De verzen
Jer 8:7Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.
- De struisvogel laat haar eieren op de grond in het zand warm wordenJob 39:14–15
De verzen
Job 39:14–15Dat zij haar eieren in de aarde laat, en in het stof die verwarmt. En vergeet, dat de voet die drukken kan, en de dieren des velds die vertrappen kunnen?
- Met opgeheven vleugels lacht de struisvogel om het paard en zijn ruiterJob 39:18
De verzen
Job 39:18Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.
- De sperwer breidt zijn vleugels uit naar het zuidenJob 39:26
De verzen
Job 39:26Vliegt de sperwer door uw verstand, en breidt hij zijn vleugelen uit naar het zuiden?
- Musjes: twee voor een penning, of vijf voor twee penningenMatt 10:29, Luc 12:6
De verzen
Matt 10:29Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.
Luc 12:6Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningskens? En niet een van die is voor God vergeten.
- De mus en de zwaluw nestelen bij de altaren van de tempelPs 84:3
De verzen
Ps 84:3Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God!
- Vogels zaaien niet, maaien niet en verzamelen niet in schurenMatt 6:26
De verzen
Matt 6:26Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?
- Vogels nestelen in de takken van het volgroeide mosterdzaadMatt 13:32
De verzen
Matt 13:32Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.
- “De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten”Matt 8:20
De verzen
Matt 8:20En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.
- Allerlei soorten vogels zijn door de mens getemdJak 3:7
De verzen
Jak 3:7Want alle natuur, beide der wilde dieren en der vogelen, beide der kruipende en der zeedieren, wordt getemd en is getemd geweest van de menselijke natuur.
- Salomo sprak over dieren, vogels, kruipende dieren en vissen1 Kon 4:33
De verzen
1 Kon 4:33Hij sprak ook van de bomen, van den cederboom af, die op den Libanon is, tot op den hysop, die aan den wand uitwast; hij sprak ook van het vee, en van het gevogelte, en van de kruipende dieren, en van de vissen.
In de verhalen
- Noachs duif kwam terug met een pas afgebroken olijfbladGen 8:8–12
De verzen
Gen 8:8–12Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark. En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren. Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
- Roofvogels kwamen neer op Abrams geslachte dieren, en hij joeg ze wegGen 15:10–11
De verzen
Gen 15:10–11En hij bracht Hem deze alle, en hij deelde ze middendoor, en hij leide elks deel tegen het andere over; maar het gevogelte deelde hij niet. En het wild gevogelte kwam neder op het aas; maar Abram joeg het weg.
- ’s Avonds bedekten kwakkels de legerplaatsEx 16:13
De verzen
Ex 16:13En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.
- Kwakkels van de zee gedreven; niemand verzamelde minder dan tien homersNum 11:31–32
De verzen
Num 11:31–32Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde. Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
- Gemest gevogelte voor Salomo’s tafel; elke dag gevogelte voor Nehemia’s tafel1 Kon 4:23, Neh 5:18
De verzen
1 Kon 4:23Tien vette runderen, en twintig weiderunderen, en honderd schapen; uitgenomen de herten, en reeen, en buffelen en gemeste vogelen.
Neh 5:18En wat voor een dag bereid werd, was een os en zes uitgelezen schapen; ook werden mij vogelen bereid, en binnen tien dagen van allen wijn zeer veel; nog heb ik bij dezen het brood des landvoogds niet gezocht, omdat de dienstbaarheid zwaar was over dit volk.
- Een haan kraaide toen Petrus Jezus verloochendeMatt 26:74–75
De verzen
Matt 26:74–75Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet. En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
In de Wet
- De jongen uit een nest nemen, maar de moedervogel laten gaanDeut 22:6–7
De verzen
Deut 22:6–7Wanneer voor uw aangezicht een vogelnest op den weg voorkomt, in enigen boom, of op de aarde, met jongen of eieren, en de moeder zittende op de jongen of op de eieren, zo zult gij de moeder met de jongen niet nemen. Gij zult de moeder ganselijk vrijlaten; maar de jongen zult gij voor u nemen; opdat het u welga, en gij de dagen verlengt.
- Reiniging van melaatsheid: twee vogels, één wordt in het open veld losgelatenLev 14:4–7
De verzen
Lev 14:4–7Zo zal de priester gebieden, dat men voor hem, die te reinigen zal zijn, twee levende reine vogelen neme, mitsgaders cederenhout, en scharlaken, en hysop. De priester zal ook gebieden, dat men den ene vogel slachte, in een aarden vat, over levend water. Dien levenden vogel zal hij nemen, en het cederhout, en het scharlaken, en den hysop; en zal die, en den levenden vogel dopen in het bloed des vogels, die boven het levende water geslacht is. En hij zal over hem, die van de melaatsheid te reinigen is, zevenmaal sprengen; daarna zal hij hem rein verklaren, en den levenden vogel in het open veld vliegen laten.
- Voor het kind Jezus: een paar tortelduiven of twee jonge duivenLuc 2:22, Luc 2:24
Uitspraken over strikken
- “Het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte”Spr 1:17
De verzen
Spr 1:17Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;
- “Valt een vogel in een strik waar geen lokaas ligt?”Amos 3:5
De verzen
Amos 3:5Zal een vogel in den strik op de aarde vallen, als er geen strik voor hem is? Zal men den strik van den aardbodem opnemen, als men ganselijk niet heeft gevangen?
- “Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers”Ps 124:7
De verzen
Ps 124:7Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen.
- Als vogels die in een strik gevangen wordenPred 9:12
De verzen
Pred 9:12Dat ook de mens zijn tijd niet weet, gelijk de vissen, die gevangen worden met het boze net; en gelijk de vogelen, die gevangen worden met den strik; gelijk die, alzo worden de kinderen der mensen verstrikt, ter bozer tijd, wanneer derzelve haastelijk over hen valt.
Andere uitspraken
- “Gelijk een vogel is, die uit zijn nest omdoolt”Spr 27:8
De verzen
Spr 27:8Gelijk een vogel is, die uit zijn nest omdoolt, alzo is een man, die omdoolt uit zijn plaats.
- Huizen vol bedrog, “gelijk een kouw vol is van gevogelte”Jer 5:27
De verzen
Jer 5:27Gelijk een kouw vol is van gevogelte, alzo zijn hun huizen vol van bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden.
- “Als een eenzame mus op het dak”Ps 102:7
De verzen
Ps 102:7Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.
- “Gelijk een kraan of zwaluw, alzo piepte ik; ik kirde als een duif”Jes 38:14
De verzen
Jes 38:14Gelijk een kraan of zwaluw, alzo piepte ik; ik kirde als een duif; mijn ogen verhieven zich omhoog; o HEERE! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein