Ontdekken › Onderwerpen › Slangen
Natuur
Slangen in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (28), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
- Genesis: de slang was listiger dan al het gedierte van het veldGen 3:1
De verzen
Gen 3:1De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?
- Genesis: de slang moet op haar buik gaan en stof etenGen 3:14
De verzen
Gen 3:14Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.
- “De weg ener slang op een rotssteen” – een van vier dingen die te wonderlijk zijnSpr 30:18–19
De verzen
Spr 30:18–19Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet: De weg eens arends in den hemel; de weg ener slang op een rotssteen; de weg van een schip in het hart der zee; en de weg eens mans bij een maagd.
- Slangen in muren: wie een muur doorbreekt of ertegen leunt, kan gebeten wordenPred 10:8, Amos 5:19
- Bezweerders: het baat niet als de slang bijt voordat ze bezworen isPred 10:11
De verzen
Pred 10:11Indien de slang gebeten heeft, eer der bezwering geschied is, dan is er geen nuttigheid voor den allerwelsprekendsten bezweerder.
- Een adder die haar oor stopt voor de stem van de bezweerderPs 58:4–5
De verzen
Ps 58:4–5Zij hebben vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt; Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.
- Adders die zich niet laten bezwerenJer 8:17
De verzen
Jer 8:17Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering is; die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
- Een adder bij de weg bijt het paard in de hielen, en de ruiter valt achteroverGen 49:17
De verzen
Gen 49:17Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle.
- In de woestijn waren vurige slangen en schorpioenenDeut 8:15
De verzen
Deut 8:15Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;
- Het Zuiderland: een land van leeuwen, adders en vliegende drakenJes 30:6
De verzen
Jes 30:6De last der beesten, van het zuiden, naar het land des angstes, en der benauwdheid, van waar de sterke leeuw en de oude leeuw is, de basilisk en de vurige vliegende draak; hun goederen zullen zij voeren op den rug der veulens, en hun schatten op de bulten der kemelen, tot het volk, dat hun geen nut zal doen.
- Wie een adderei breekt, laat er een adder uit komenJes 59:5
De verzen
Jes 59:5Zij broeden basiliskus-eieren uit, en zij weven spinnewebben; die van hun eieren eet, moet sterven, en als het in stukken gedrukt wordt, er berst een adder uit.
In de verhalen
- Mozes’ staf werd een slang; hij vluchtte ervoor en greep haar toen bij de staartEx 4:3–4
De verzen
Ex 4:3–4En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.
- Aärons staf werd een slang en verslond de staven van de tovenaarsEx 7:10–12
De verzen
Ex 7:10–12Toen ging Mozes en Aaron tot Farao henen in, en deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en Aaron wierp zijn staf neder voor Farao's aangezicht, en voor het aangezicht zijner knechten; en hij werd tot een draak. Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen. Want een iegelijk wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.
- Vurige slangen beten de Israëlieten in de woestijn, en velen stiervenNum 21:6
De verzen
Num 21:6Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.
- Mozes maakte een koperen slang op een stok; wie gebeten was en haar aanzag, leefdeNum 21:8–9
De verzen
Num 21:8–9En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven. En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.
- Hizkia verbrijzelde die koperen slang, Nehustan, omdat men er reukwerk voor brandde2 Kon 18:4
De verzen
2 Kon 18:4Hij nam de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israels tot die dagen toe haar gerookt hadden; en hij noemde haar Nehustan.
- Op Melite kwam door de hitte een adder tevoorschijn en beet zich vast aan Paulus’ handHand 28:3–4
De verzen
Hand 28:3–4En als Paulus een hoop rijzen bijeengeraapt en op het vuur gelegd had, kwam er een adder uit door de hitte, en vatte zijn hand. En als de barbaren het beest zagen aan zijn hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mens is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is.
- Paulus schudde haar af; de eilanders wachtten tot hij zou opzwellenHand 28:5–6
De verzen
Hand 28:5–6Maar hij schudde het beest af in het vuur, en leed niets kwaads. En zij verwachtten, dat hij zou opzwellen, of terstond dood nedervallen. Maar als zij lang gewacht hadden, en zagen, dat geen ongemak hem overkwam, werden zij veranderd, en zeiden, dat hij een god was.
- Jezus geeft zijn discipelen macht om op slangen en schorpioenen te tredenLuc 10:17, Luc 10:19
Uitspraken
- “Zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven”Matt 10:16
De verzen
Matt 10:16Ziet, Ik zende u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.
- Welke vader geeft zijn zoon een slang als hij om een vis vraagt?Matt 7:10, Luc 11:11
- Wijn “zal als een slang bijten, en steken als een adder”Spr 23:31–32
De verzen
Spr 23:31–32Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat; In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.
- “Zij scherpen hun tong, als een slang”Ps 140:3
De verzen
Ps 140:3Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.
- “Zij zullen het stof lekken, als de slang”Mi 7:17
De verzen
Mi 7:17Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.
- Egypte: “Haar stem zal gaan als van een slang”Jer 46:22
De verzen
Jer 46:22Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein