Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Ceders van de Libanon

Natuur

Ceders van de Libanon in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (32), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

  • Salomo sprak over bomen, van de ceder op de Libanon tot de hysop aan de wand1 Kon 4:33
    De verzen
    1 Kon 4:33Hij sprak ook van de bomen, van den cederboom af, die op den Libanon is, tot op den hysop, die aan den wand uitwast; hij sprak ook van het vee, en van het gevogelte, en van de kruipende dieren, en van de vissen.
  • Een psalm: de cederen van Libanon worden verzadigdPs 104:16
    De verzen
    Ps 104:16De bomen des HEEREN worden verzadigd, de cederbomen van Libanon, die Hij geplant heeft;
  • In Salomo’s tijd waren ceders zo talrijk als wilde vijgebomen in de laagte1 Kon 10:27, 2 Kron 1:15
    De verzen
    1 Kon 10:27En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
    2 Kron 1:15En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.
  • Men wilde gevelde wilde vijgebomen door ceders vervangenJes 9:10
    De verzen
    Jes 9:10De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;
  • Een ceder van de Libanon werd een scheepsmast voor TyrusEzech 27:5
    De verzen
    Ezech 27:5Zij hebben al uw denningen uit dennebomen van Senir gebouwd; zij hebben cederen van den Libanon gehaald, om masten voor u te maken.
  • Cederhout, hysop en scharlaken dienden bij reinigingsgebruikenLev 14:4, Num 19:6
    De verzen
    Lev 14:4Zo zal de priester gebieden, dat men voor hem, die te reinigen zal zijn, twee levende reine vogelen neme, mitsgaders cederenhout, en scharlaken, en hysop.
    Num 19:6En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.

Bouwen met cederhout

  • Hiram van Tyrus zond David cederhout, timmerlieden en steenhouwers voor zijn paleis2 Sam 5:11
    De verzen
    2 Sam 5:11En Hiram, de koning van Tyrus, zond boden tot David, en cederenhout, en timmerlieden, en metselaars; en zij bouwden David een huis.
  • David: “Ik woon in een cederen huis, maar de ark onder gordijnen”1 Kron 17:1
    De verzen
    1 Kron 17:1Het geschiedde nu, als David in zijn huis woonde, dat David tot Nathan, den profeet, zeide: Zie, ik woon in een cederen huis, maar de ark des verbonds des HEEREN onder gordijnen.
  • Salomo vroeg Hiram om ceders; niemand kon hout houwen zoals de Sidoniërs1 Kon 5:6
    De verzen
    1 Kon 5:6Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
  • De stammen werden naar de zee gebracht en als vlotten vervoerd1 Kon 5:8–9, 2 Kron 2:16
    De verzen
    1 Kon 5:8–9En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.
    2 Kron 2:16En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.
  • Hirams houthakkers werden betaald met tarwe, gerst, wijn en olijfolie2 Kron 2:10
    De verzen
    2 Kron 2:10En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.
  • 30.000 Israëlieten werkten op de Libanon, om de maand bij beurten van 10.0001 Kon 5:13–14
    De verzen
    1 Kon 5:13–14En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man. En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
  • Salomo gaf Hiram twintig steden in Galilea voor de ceders en cipressen1 Kon 9:11
    De verzen
    1 Kon 9:11(Waartoe Hiram, de koning van Tyrus, Salomo van cederbomen, en van dennenbomen, en van goud, naar al zijn lust opgebracht had), dat alstoen de koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea.
  • De tempel werd overdekt met balken en planken van cederhout1 Kon 6:9–10
    De verzen
    1 Kon 6:9–10Alzo bouwde hij het huis, en volmaakte het; en bedekte dat huis met gewelven en rijen van cederen. Hij bouwde ook de kameren aan het ganse huis, van vijf ellen in haar hoogte; en hij voegde ze vast aan dat huis met cederenhout.
  • Binnen cederhout met gesneden knoppen en bloemen; geen steen was te zien1 Kon 6:15, 1 Kon 6:18
    De verzen
    1 Kon 6:15Ook bouwde hij de wanden van het huis van binnen met cederen planken; van den vloer des huizes tot aan het dak der wanden, beschoot hij ze van binnen met hout; en overdekte den vloer van het huis met dennen planken.
    1 Kon 6:18En het ceder aan het huis inwendig was gesneden met knoppen en open bloemen; het was al ceder, geen steen werd gezien.
  • Het binnenste voorhof: drie rijen gehouwen steen en één rij cederbalken1 Kon 6:36
    De verzen
    1 Kon 6:36Daarna bouwde hij het binnenste voorhof van drie rijen gehouwen stenen, en een rij cederen balken.
  • Het huis van het woud van Libanon stond op vier rijen cederen pilaren1 Kon 7:2–3
    De verzen
    1 Kon 7:2–3Hij bouwde ook het huis des wouds van Libanon, van honderd ellen in zijn lengte, en vijftig ellen in zijn breedte, en dertig ellen in zijn hoogte, op vier rijen van cederen pilaren, en cederen balken op de pilaren. En het was bedekt met ceder van boven op de ribben, die op vijf en veertig pilaren waren, vijftien in een rij.
  • De teruggekeerde ballingen lieten cederhout van de Libanon naar Joppe brengenEzra 3:7
    De verzen
    Ezra 3:7Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook spijs en drank, en olie aan de Sidoniers en aan de Tyriers, om cederenhout van den Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzie, aan hen.
  • Een koning bekleedt zijn paleis met ceder en beschildert het met menieJer 22:14
    De verzen
    Jer 22:14Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.
  • “De balken onzer huizen zijn cederen”Hoogl 1:17
    De verzen
    Hoogl 1:17De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.

Uitspraken en fabels

  • Joas’ fabel: een distel vraagt een ceder om diens dochter2 Kon 14:9
    De verzen
    2 Kon 14:9Maar Joas, de koning van Israel, zond tot Amazia, den koning van Juda, zeggende: De distel, die op den Libanon is, zond tot den ceder, die op den Libanon is, zeggende: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw; maar het gedierte des velds, dat op den Libanon is, ging voorbij, en vertrad den distel.
  • Jothams fabel: vuur uit de doornstruik verteert de cedersRecht 9:15
    De verzen
    Recht 9:15En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit den doornenbos, en vertere de cederen van den Libanon.
  • De Amoriet, hoog als de ceders en sterk als de eikenAmos 2:9
    De verzen
    Amos 2:9Ik daarentegen heb den Amoriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortelen van onderen verdelgd.
  • Een psalm: “Hij zal wassen als een cederboom op Libanon”Ps 92:12
    De verzen
    Ps 92:12De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.
  • “De stem des HEEREN breekt de cederen”Ps 29:5
    De verzen
    Ps 29:5De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon.
  • “Uitverkoren als de cederen”Hoogl 5:15
    De verzen
    Hoogl 5:15Zijn schenkelen zijn als marmeren pilaren, gegrond op voeten van het dichtste goud; Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.
  • De ceders verheugen zich: “Niemand komt tegen ons op, die ons afhouwe”Jes 14:8
    De verzen
    Jes 14:8Ook verheugen zich de dennen over u, en de cederen van Libanon, zeggende: Sinds dat gij daar nederligt, komt niemand tegen ons op, die ons afhouwe.
  • “Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn”Zach 11:2
    De verzen
    Zach 11:2Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn, dewijl die heerlijke bomen verwoest zijn; huilt, gij eiken van Basan! dewijl het sterke woud nedergevallen is.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein