Ontdekken › Onderwerpen › Winden
Natuur
Winden in de Bijbel
Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (32), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.
Oostenwind
- Farao’s droom: aren, verzengd door de oostenwindGen 41:6, Gen 41:23
- Een oostenwind blies een dag en een nacht en bracht de sprinkhanenEx 10:13
De verzen
Ex 10:13Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.
- Een sterke oostenwind dreef de hele nacht de zee terugEx 14:21
De verzen
Ex 14:21Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.
- Een verzengende oostenwind en de zon deden Jona bezwijmenJona 4:8
De verzen
Jona 4:8En het geschiedde, als de zon oprees, dat God een stillen oostenwind beschikte; en de zon stak op het hoofd van Jona, dat hij amechtig werd; en hij wenste zijner ziel te mogen sterven, en zeide: Het is mij beter te sterven dan te leven.
- De oostenwind verbreekt de schepen op zeePs 48:7, Ezech 27:26
De verzen
Ps 48:7Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis.
Ezech 27:26Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.
Andere winden
- Een zeer sterke westenwind dreef de sprinkhanen in de SchelfzeeEx 10:19
De verzen
Ex 10:19Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.
- “De noordenwind verdrijft den regen”Spr 25:23
De verzen
Spr 25:23De noordenwind verdrijft den regen, en een vergramd aangezicht de verborgen tong.
- Koude komt met de snerpende noordenwindenJob 37:9
De verzen
Job 37:9Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.
- De kleren worden warm als het land stil ligt onder de zuidenwindJob 37:17
De verzen
Job 37:17Hoe uw klederen warm worden, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden?
- “Wanneer gij den zuidenwind ziet waaien, zo zegt gij: ‘Er zal hitte zijn’”Luc 12:55
De verzen
Luc 12:55En wanneer gij den zuidenwind ziet waaien, zo zegt gij: Er zal hitte zijn; en het geschiedt.
- Als de wind de hemel schoongeveegd heeft, kan niemand in de zon zienJob 37:21
De verzen
Job 37:21En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert;
In de verhalen
- Een wind ging over de aarde, en de wateren van de zondvloed zaktenGen 8:1
De verzen
Gen 8:1En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
- Een wind dreef kwakkels van de zee aanNum 11:31
De verzen
Num 11:31Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
- Een wind uit de woestijn trof de vier hoeken van het huis van Jobs kinderenJob 1:18–19
De verzen
Job 1:18–19Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: Uw zonen en uw dochteren aten, en dronken wijn, in het huis van hun broeder, den eerstgeborene; En zie, een grote wind kwam van over de woestijn, en stiet aan de vier hoeken van het huis, en het viel op de jongelingen, dat ze stierven; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen.
- Bij Horeb verbrak een grote wind de rotsen, daarna kwam een aardbeving1 Kon 19:11
De verzen
1 Kon 19:11En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;
- Een grote wind op zee deed Jona’s schip bijna brekenJona 1:4
De verzen
Jona 1:4Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken.
- Jezus bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stilMatt 8:24–27
De verzen
Matt 8:24–27En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep. En Zijn discipelen, bij Hem komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan! En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte. En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!
- De discipelen zwoegden aan de riemen, want de wind was hun tegenMarc 6:48, Matt 14:24, Joh 6:18
De verzen
Marc 6:48En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.
Matt 14:24En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.
Joh 6:18En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide.
- Een zachte zuidenwind, daarna een stormwind, genaamd EuroklydonHand 27:13–15
De verzen
Hand 27:13–15En alzo de zuidenwind zachtelijk waaide, meenden zij hun voornemen verkregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden zij dicht voorbij Kreta henen. Maar niet lang daarna, sloeg tegen hetzelve een stormwind, genaamd Euroklydon. En als het schip daarmede weggerukt werd, en niet kon tegen den wind opzeilen, gaven wij het op, en dreven heen.
- Met een zuidenwind kwam Paulus’ schip in twee dagen van Regium naar PuteoliHand 28:13
De verzen
Hand 28:13Van waar wij omvoeren, en kwamen aan te Regium; en alzo, na een dag, de wind zuid werd, kwamen wij den tweeden dag te Puteoli;
Uitspraken
- “Hij gaat naar het zuiden, en gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande”Pred 1:6
De verzen
Pred 1:6Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
- “Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien”Pred 11:4
De verzen
Pred 11:4Wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien.
- “Gij weet niet, welke de weg des winds zij”Pred 11:5
De verzen
Pred 11:5Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.
- “De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid”Joh 3:8
De verzen
Joh 3:8De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.
- Als kaf dat de wind verdrijftPs 1:4
De verzen
Ps 1:4Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft.
- “Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?”Matt 11:7
De verzen
Matt 11:7Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?
- Grote schepen, door harde winden gedreven, worden door een klein roer bestuurdJak 3:4
De verzen
Jak 3:4Ziet ook de schepen, hoewel zij zo groot zijn, en van harde winden gedreven, zij worden omgewend van een zeer klein roer, waarhenen ook de begeerte des stuurders wil.
- “Een baar der zee, die van den wind gedreven en op- en nedergeworpen wordt”Jak 1:6
De verzen
Jak 1:6Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op- en nedergeworpen wordt.
Bronnen
Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein