Bible Explorer

Ontdekken › Onderwerpen › Spelonken

Natuur

Spelonken in de Bijbel

Gedeelten van De Heilige Schrift 1917 (30), regel voor regel, uit Nave’s Topical Bible.

Schuilplaats en verstopplek

  • Lot en zijn twee dochters woonden in een spelonk in het gebergteGen 19:30
    De verzen
    Gen 19:30En Lot toog op uit Zoar, en woonde op den berg, en zijn twee dochters met hem; want hij vreesde binnen Zoar te wonen. En hij woonde in een spelonk, hij en zijn twee dochters.
  • Elia overnachtte in een spelonk bij Horeb1 Kon 19:8–9
    De verzen
    1 Kon 19:8–9Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb. En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
  • Hij bewond zijn aangezicht met zijn mantel en stond aan de ingang van de spelonk1 Kon 19:13
    De verzen
    1 Kon 19:13En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?
  • Vijf koningen verborgen zich in de spelonk bij MakkedaJoz 10:16–17
    De verzen
    Joz 10:16–17Maar die vijf koningen waren gevloden, en hadden zich verborgen in de spelonk bij Makkeda. En aan Jozua werd geboodschapt, mits te zeggen: Die vijf koningen zijn gevonden, verborgen in de spelonk bij Makkeda.
  • Jozua liet grote stenen voor de mond ervan wentelenJoz 10:18
    De verzen
    Joz 10:18Zo zeide Jozua: Wentelt grote stenen voor den mond der spelonk, en stelt mannen daarvoor om hen te bewaren.
  • Daarna bleven de stenen voor de spelonk liggen “tot op dezen zelven dag”Joz 10:27
    De verzen
    Joz 10:27En het geschiedde, ten tijde als de zon onderging, beval Jozua, dat men hen van de houten afname, en zij wierpen hen in de spelonk, alwaar zij verborgen geweest waren; en zij leiden grote stenen voor den mond der spelonk, die daar zijn tot op dezen zelven dag.
  • Israëlieten verborgen zich in spelonken, struiken, rotsen, burchten en kuilen1 Sam 13:6
    De verzen
    1 Sam 13:6Toen de mannen van Israel zagen, dat zij in nood waren (want het volk was benauwd), zo verborg zich het volk in de spelonken, en in de doornbossen, en in de steenklippen, en in de vestingen, en in de putten.
  • De Filistijnen: “De Hebreeën zijn uit de holen uitgegaan”1 Sam 14:11
    De verzen
    1 Sam 14:11Toen zij beiden zich aan der Filistijnen bezetting ontdekten, zo zeiden de Filistijnen: Ziet, de Hebreen zijn uit de holen uitgegaan, waarin zij zich verstoken hadden.
  • Obadja verborg honderd profeten, vijftig in elke spelonk, met brood en water1 Kon 18:4, 1 Kon 18:13
    De verzen
    1 Kon 18:4Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
    1 Kon 18:13Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?
  • Simson bleef in de rotskloof van EtamRecht 15:8, Recht 15:11
    De verzen
    Recht 15:8En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.
    Recht 15:11Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.
  • David vluchtte naar de spelonk van Adullam; ongeveer 400 mannen voegden zich bij hem1 Sam 22:1–2
    De verzen
    1 Sam 22:1–2Toen ging David van daar, en ontkwam in de spelonk van Adullam. En zijn broeders hoorden het, en het ganse huis zijns vaders, en kwamen derwaarts tot hem af. En tot hem vergaderde alle man, die benauwd was, en alle man, die een schuldeiser had, en alle man, wiens ziel bitterlijk bedroefd was, en hij werd tot overste over hen; zodat bij hem waren omtrent vierhonderd mannen.
  • Drie hoofdmannen kwamen in de oogsttijd bij David in de spelonk van Adullam2 Sam 23:13, 1 Kron 11:15
    De verzen
    2 Sam 23:13Ook gingen af drie van de dertig hoofden, en kwamen in den oogst tot David, in de spelonk van Adullam; en de hoop der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Rafaim.
    1 Kron 11:15En drie uit de dertig hoofden togen af naar den rotssteen tot David in de spelonk van Adullam; en het leger der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Refaim.
  • Saul ging een spelonk in waar David zich verborg; David sneed een slip van zijn mantel1 Sam 24:3–4
    De verzen
    1 Sam 24:3–4En hij kwam tot de schaapskooien aan den weg, waar een spelonk was; en Saul ging daarin, om zijn voeten te dekken. David nu en zijn mannen zaten aan de zijden der spelonk. Toen zeiden de mannen van David tot hem: Zie den dag, in welken de HEERE tot u zegt: Zie, Ik geef uw vijand in uw hand, en gij zult hem doen, gelijk als het goed zal zijn in uw ogen. En David stond op, en sneed stilletjes een slip van Sauls mantel.
  • David kwam uit de spelonk en riep Saul na1 Sam 24:8
    De verzen
    1 Sam 24:8Daarna maakte zich David ook op, en ging uit de spelonk, en hij riep Saul achterna, zeggende: Mijn heer koning! Toen zag Saul achter zich om, en David boog zich met het aangezicht ter aarde en neigde zich.
  • Twee opschriften van psalmen: David “in de spelonk”Ps 57:1, Ps 142:1
    De verzen
    Ps 57:1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk. Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan.
    Ps 142:1Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was. Ik riep met mijn stem tot den HEERE; ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.
  • Verstotenen woonden tussen de rotsen en in holen van de aardeJob 30:6
    De verzen
    Job 30:6Opdat zij wonen zouden in de kloven der dalen, de holen des stofs en der steenrotsen.
  • Sommigen verborgen zich in spelonken en holen der aardeHebr 11:38
    De verzen
    Hebr 11:38(Welker de wereld niet waardig was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in holen der aarde.

Grafspelonken

  • Abraham kocht de spelonk van Machpela van Efron, de HethietGen 23:9, Gen 23:17–20
    De verzen
    Gen 23:9Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.
    Gen 23:17–20Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd, Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen. En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan. Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths.
  • Izak en Ismaël begroeven Abraham daarGen 25:9–10
    De verzen
    Gen 25:9–10En Izak en Ismael, zijn zonen, begroeven hem, in de spelonk van Machpela, in den akker van Efron, den zoon van Zohar, den Hethiet, welke tegenover Mamre is; In den akker, dien Abraham van de zonen Heths gekocht had, daar is Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw.
  • Jakob: Abraham, Sara, Izak, Rebekka en Lea liggen in die spelonkGen 49:29–32
    De verzen
    Gen 49:29–32Daarna gebood hij hun, en zeide tot hen: Ik word verzameld tot mijn volk: begraaft mij bij mijn vaders, in de spelonk, die is in den akker van Efron, den Hethiet; In de spelonk, welke is op den akker van Machpela, die tegenover Mamre is, in het land Kanaan, die Abraham met dien akker gekocht heeft van Efron, den Hethiet, tot een erfbegrafenis. Aldaar hebben zij Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw; daar hebben zij Izak begraven, en Rebekka, zijn huisvrouw; en daar heb ik Lea begraven. De akker, en de spelonk, die daarin is, is gekocht van de zonen Heths.
  • Jakobs zonen droegen hem uit Egypte naar MachpelaGen 50:13
    De verzen
    Gen 50:13Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.
  • Het graf van Lazarus was een spelonk met een steen voor de ingangJoh 11:38
    De verzen
    Joh 11:38Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.
  • Het graf van Jezus was in de rots uitgehouwen, met een steen ervoor gewenteldMatt 27:60, Marc 15:46
    De verzen
    Matt 27:60En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een groten steen tegen de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg.
    Marc 15:46En hij kocht fijn lijnwaad, en Hem afgenomen hebbende, wond Hem in dat fijne lijnwaad, en leide Hem in een graf, hetwelk uit een steenrots gehouwen was; en hij wentelde een steen tegen de deur des grafs.

Uitspraken

  • “Wordt gelijk een duif, die in de doorgangen van den mond eens hols nestelt”Jer 48:28
    De verzen
    Jer 48:28Verlaat de steden, en woont in de steenrots, gij inwoners van Moab! en wordt gelijk een duif, die in de doorgangen van den mond eens hols nestelt.

Bronnen

Naar Nave’s Topical Bible (Orville J. Nave, 1896; publiek domein): onderwerpen gekozen, regels ingekort en in hedendaagse taal gezet, zonder uitleg; elk vers gecontroleerd.

De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein