Ontdekken › Bijbelfeiten › Mei
Feit van de dag
Bijbelfeiten: Mei
Een feit voor elke dag van mei, zoals de app het in 2026 als «Feit van de dag» toont, met het vers in De Heilige Schrift 1917.
- 1 mei
De moeder van Mozes legde hem bij de Nijl in een kistje van gome, Hebreeuws voor papyrus – dezelfde moerasplant waarvan de Egyptenaren papier, touw en zelfs boten maakten.
Ex 2:3Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier.
- 2 mei
Nadat de koning van Egypte de gouden schilden had weggenomen die Salomo had laten maken, maakte koning Rehabeam in plaats daarvan koperen schilden.
2 Kron 12:9–10Lees het artikelZo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het huis des HEEREN en de schatten van het huis des konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had. En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden.
- 3 mei
Twee piepkleine zilveren rolletjes, in 1979 gevonden in een grafgrot in Ketef Hinnom in Jeruzalem, dragen een vorm van deze zegen – het oudst bekende afschrift van woorden die in de Bijbel staan, van rond 600 v.Chr.
Num 6:24–26De HEERE zegene u, en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!
- 4 mei
Jeremia dicteerde zijn profetieën aan de schrijver Baruch, die ze met inkt op een boekrol schreef.
Jer 36:18En Baruch zeide tot hen: Uit zijn mond las hij tot mij al deze woorden, en ik schreef ze met inkt in dit boek.
- 5 mei
Ieder moest per dag een vaste maat manna verzamelen: een gomer, in het Hebreeuws omer, het tiende deel van een efa – ongeveer 2 liter.
Ex 16:16Lees het artikelDit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
- 6 mei
Op 50-jarige leeftijd gingen de Levieten met rust uit de dienst van het heiligdom; daarna mochten ze hun broeders in de dienst nog helpen, maar het werk niet meer zelf doen.
Num 8:25Lees het artikelMaar van dat hij vijftig jaren oud is, zal hij van den strijd van dezen dienst afgaan, en hij zal niet meer dienen.
- 7 mei
Salomo bouwde een vloot in Ezeon-Geber aan de Schelfzee, de Rode Zee, bij het huidige Eilat en Akaba – hemelsbreed ongeveer 250 km ten zuiden van Jeruzalem – en koning Hiram stuurde zeelieden die de zee kenden.
1 Kon 9:26–27Bekijk de plaatsDe koning Salomo maakte ook schepen te Ezeon-Geber, dat bij Eloth is, aan den oever der Schelfzee, in het land van Edom. En Hiram zond met die schepen zijn knechten, scheepslieden, kenners van de zee, met de knechten van Salomo.
- 8 mei
Het kleine dier dat volgens Spreuken zijn huis in de rotsen heeft, in het Hebreeuws shafan, wordt meestal opgevat als de klipdas – zo groot als een konijn, en toch verwant aan olifanten en zeekoeien.
Spr 30:26De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.
- 9 mei
Ezechiël somt op hoe een pasgeborene werd verzorgd: de navelstreng werd doorgesneden, het kind werd met water gewassen, met zout ingewreven en in doeken gewikkeld.
Ezech 16:4Lees het artikelEn aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.
- 10 mei
Toen in de tempel het wetboek werd gevonden, gingen de dienaren van koning Josia te rade bij een profetes, Hulda, die in Jeruzalem woonde.
2 Kon 22:14Toen ging de priester Hilkia, en Ahikam, en Achbor, en Safan, en Asaja henen tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tikva, den zoon van Harhas, den klederbewaarder (zij nu woonde te Jeruzalem, in het tweede deel), en zij spraken tot haar.
- 11 mei
Kronieken eindigt en Ezra begint met hetzelfde besluit van koning Kores van Perzië, dat de ballingen toestaat naar Jeruzalem op te trekken en het huis des HEEREN te bouwen.
2 Kron 36:22–23Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, door den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is; wie is onder ulieden van al Zijn volk? De HEERE, zijn God, zij met hem, en hij trekke op.
- 12 mei
De Gezerkalender, een inscriptie uit ongeveer de 10e eeuw v.Chr., somt het boerenjaar maand voor maand op: olijvenoogst, zaaien, late zaai, vlas, gerst, oogst, snoeien van de wijnstok en zomervruchten.
Gen 8:22Onderwerp: Zomer en winterVoortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
- 13 mei
In het oorspronkelijke Aramees hebben drie van de instrumenten die voor het gouden beeld van Nebukadnezar klonken, namen die aan het Grieks zijn ontleend: kitharis, psaltērion en symphōnia.
Dan 3:5Lees het artikelTen tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht;
- 14 mei
Een stuk stadsmuur van ongeveer 7 meter dik, uit de tijd van koning Hizkia, werd in 1970 blootgelegd in de Joodse wijk van Jeruzalem. De opgraver noemde het naar dit vers de Brede Muur.
Neh 3:8Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.
- 15 mei
Vijfmaal kreeg Paulus veertig slagen min één. De wet van Mozes stond er niet meer toe dan 40.
2 Kor 11:24Van de Joden heb ik veertig slagen min een, vijfmaal ontvangen.
- 16 mei
Parels kwamen uit de Rode Zee, de Perzische Golf en de Indische Oceaan en behoorden tot de kostbaarste sieraden. De koopman in de gelijkenis van Jezus verkoopt alles wat hij heeft voor één enkele.
Matt 13:45–46Lees het artikelWederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt; Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.
- 17 mei
Perez, de tweelingzoon van Thamar, werd als eerste geboren, hoewel zijn broer Zera zijn hand al naar buiten had gestoken; de naam Perez betekent “breuk”.
Gen 38:29–30Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez. En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.
- 18 mei
Filippi was een Romeinse kolonie: na de slag die daar in 42 v.Chr. werd geleverd, werden er Romeinse veteranen gevestigd. De Via Egnatia, de grote weg dwars door Macedonië, liep door de stad.
Hand 16:12En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Macedonie, een kolonie. En wij onthielden ons in die stad ettelijke dagen.
- 19 mei
De boom waarin Zacheüs klom, in het Grieks een sykomorea, was de wilde vijgenboom of sycomoor, verwant aan de vijg, met een korte, dikke stam en brede, lage takken – makkelijk te beklimmen.
Luc 19:4Lees het artikelEn vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.
- 20 mei
Onder de ballingen die uit Babel terugkeerden, waren 4289 priesters, maar slechts 74 Levieten; later vond Ezra in zijn groep helemaal geen Levieten en moest hij er laten halen.
Ezra 2:36–40Lees het artikelDe priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig. De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig. De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig. De kinderen van Harim, duizend en zeventien. De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.
- 21 mei
Barnabas was een naam die de apostelen gaven aan een Leviet die Joses heette; de tekst verklaart hem als “zoon der vertroosting”.
Hand 4:36En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (hetwelk is, overgezet zijnde, een zoon der vertroosting), een Leviet, van geboorte uit Cyprus,
- 22 mei
De boeken Koningen verwijzen de lezers telkens naar “het boek der kronieken der koningen van Israël” en van Juda – koninklijke aantekeningen die niet bewaard zijn gebleven.
1 Kon 14:19Het overige nu der geschiedenissen van Jerobeam, hoe hij gekrijgd, en hoe hij geregeerd heeft, ziet, die zijn geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel.
- 23 mei
Naaman vertrok naar Israël met 10 talenten zilver – zo’n 300 kilogram – en daarbij 6000 sikkels goud en 10 stel kleren.
2 Kon 5:5Toen zeide de koning van Syrie: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israel zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen.
- 24 mei
Er werd zoveel gegeven voor de bouw van de tabernakel dat Mozes in het hele kamp liet omroepen dat niemand nog iets mocht brengen.
Ex 36:6–7Lees het artikelToen gebood Mozes, dat men een stem zoude laten gaan door het leger, zeggende: Man noch vrouw make geen werk meer ten hefoffer des heiligdoms! Alzo werd het volk teruggehouden van meer te brengen. Want der stoffe was denzelven genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over.
- 25 mei
“Van Dan tot Ber-seba” was de bijbelse manier om het hele land aan te duiden, van noord tot zuid – ongeveer 235 km in rechte lijn.
Recht 20:1Bekijk de plaatsToen togen alle kinderen Israels uit, en de vergadering verzamelde zich, als een enig man, van Dan af tot Ber-seba toe, ook het land van Gilead, tot den HEERE te Mizpa.
- 26 mei
Het net dat Petrus aan land trok, bevatte 153 grote vissen, en hoewel het er zoveel waren, scheurde het niet.
Joh 21:11Lees het artikelSimon Petrus ging op, en trok het net op het land, vol grote vissen, tot honderd drie en vijftig; en hoewel er zovele waren, zo scheurde het net niet.
- 27 mei
De gouden oorringen die Gideon uit de buit van de Midianieten verzamelde, wogen 1700 sikkels – ongeveer 19 kilogram –, de maantjes en hangers niet meegerekend.
Recht 8:26Lees het artikelEn het gewicht der gouden voorhoofdsierselen, die hij begeerd had, was duizend en zevenhonderd sikkelen gouds, zonder de maantjes, en ketenen, en purperen klederen, die de koningen der Midianieten aangehad hadden, en zonder de halsbanden, die aan de halzen hunner kemelen geweest waren.
- 28 mei
Ruth, een vrouw uit Moab, werd de overgrootmoeder van koning David.
Ruth 4:17En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.
- 29 mei
De dienaren van Hizkia vroegen de Assyrische gezant Aramees te spreken, de taal van de diplomaten, zodat het volk dat op de stadsmuur meeluisterde, het niet zou verstaan.
2 Kon 18:26Lees het artikelToen zeide Eljakim, de zoon van Hilkia, en Sebna, en Joah tot Rabsake: Spreek toch tot uw knechten in het Syrisch, want wij verstaan het wel; en spreek met ons niet in het Joods, voor de oren des volks, dat op den muur is.
- 30 mei
Niemand weet welke bloem Jezus bedoelde met de “lelies des velds”; vaak wordt de rode anemoon genoemd, die in het voorjaar de heuvels van Galilea bedekt.
Matt 6:28–29Onderwerp: Lelies en grasEn wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.
- 31 mei
Koning Uzzia rustte zijn hele leger uit met schilden, spiesen en helmen, en plaatste op de torens van Jeruzalem werktuigen om pijlen af te schieten en grote stenen te werpen.
2 Kron 26:14–15En Uzzia bereidde voor hen, voor het ganse heir, schilden, en spiesen, en helmen, en pantsieren, en bogen, zelfs tot de slingerstenen toe. Hij maakte ook te Jeruzalem kunstige werken, bedenking van kunstige werkmeesters, dat zij op de torens en op de hoeken zijn zouden, om met pijlen en met grote stenen, te schieten; zo ging zijn naam tot verre toe uit, want hij werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was.
Bronnen
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein