Ontdekken › Stambomen › Koningen van Israel en Juda
Stambomen
Koningen van Israel en Juda
Van Saul en David tot de val van Samaria en Jeruzalem
De koningen zoals Koningen en Kronieken over hen vertellen: het huis van David over Juda, en de huizen die na elkaar de troon van Israel innamen. Een lijn verbindt een ouder en een kind die de tekst noemt; een nieuw huis staat een rij lager dan de koning die het verving, zonder lijn. Waar de boeken verschillen, zegt de toelichting dat.
Koningen van Juda
- DavidOver gans Israel
Hij regeerde zeven jaren en zes maanden te Hebron over Juda, daarna drieëndertig jaren te Jeruzalem over gans Israel en Juda. Hij zwoer dat Salomo na hem koning zou zijn.
1 Sam 16:13 · 2 Sam 5:3 · 1 Kon 2:10- Vrouw:Michal 1 Sam 18:27
- VrouwBathseba
Vroeger de vrouw van Uria, den Hethiet. De profeet Nathan en zij herinnerden David aan zijn eed dat Salomo na hem koning zou zijn.
2 Sam 11:3 · 2 Sam 12:24 · 1 Kon 1:11
- SalomoOver gans IsraelOok genoemd: Jedid-Jah · Moeder: Bathseba
Koningen: hij regeerde te Jeruzalem veertig jaar over gans Israel. Na zijn dood werd het rijk verdeeld: Juda volgde zijn zoon Roboam, en de andere stammen maakten Jerobeam koning.
2 Sam 12:24 · 1 Kon 1:39 · 1 Kon 11:42- Moeder van zijn zonen
- RoboamKoning over JudaMoeder: Naama
Koningen en Kronieken noemen hem Rehabeam. Koningen: eenenveertig jaar toen hij koning werd, zeventien jaren te Jeruzalem. Toen hij de last van het volk niet wilde verlichten, verwierp Israel het huis van David; “niemand volgde het huis Davids, dan de stam van Juda alleen.”
1 Kon 11:43 · 1 Kon 14:21 · 2 Kron 12:13- VrouwMaacha
Koningen noemt haar een dochter van Abisalom, 2 Kronieken de dochter van Absalom; Roboam had haar liever dan al zijn vrouwen. Asa zette haar later af als koningin-moeder.
1 Kon 15:2 · 2 Kron 11:20–22
- Vrouw
- AbiaKoning over JudaMoeder: Maacha
Koningen noemt hem Abiam: drie jaren te Jeruzalem. Zijn moeder is in Koningen Maacha, een dochter van Abisalom, in 2 Kronieken Maacha, de dochter van Absalom — en op een andere plaats in 2 Kronieken Michaja, de dochter van Uriel, van Gibea. De stamboom brengt ze niet met elkaar in overeenstemming.
2 Kron 12:16 · 2 Kron 13:1 · Matt 1:7 - AsaKoning over Juda
Koningen: eenenveertig jaren te Jeruzalem. De koningin-moeder in zijn regering is Maacha, de moeder van Abia — in het Hebreeuws, en ook in deze vertaling, zijn moeder genoemd, in veel vertalingen zijn grootmoeder. Hij zette haar af, “omdat zij een afgrijselijken afgod in een bos gemaakt had”.
1 Kon 15:8 · 1 Kon 15:9–10 · Matt 1:7- Moeder van zijn zonen
- JosafatKoning over JudaMoeder: Azuba
Koningen: vijfendertig jaar toen hij koning werd, vijfentwintig jaren te Jeruzalem. Hij maakte vrede met den koning van Israel. Niet Josafat, de vader van Jehu.
1 Kon 15:24 · 1 Kon 22:41–42 · Matt 1:8 - JoramKoning over JudaOok genoemd: Jehoram
Koning van Juda; Koningen noemt hem “Jehoram, de zoon van Josafat”. Koningen: acht jaren te Jeruzalem, terwijl Joram, de zoon van Achab, over Israel regeerde. Hij trouwde een dochter van Achab; in zijn dagen vielen Edom en Libna af.
2 Kon 8:16 · 2 Kon 8:24 · Matt 1:8- Vrouw:Athalia 2 Kon 8:18
- JosebaNiet geregeerdOok genoemd: Jozabath
“De dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia.” Zij verborg Joas, den zoon van Ahazia, voor Athalia. 2 Kronieken zegt dat zij de vrouw van den priester Jojada was.
2 Kon 11:2 · 2 Kron 22:11
- AhaziaKoning over JudaMoeder: Athalia
Koning van Juda. 2 Koningen: tweeëntwintig jaar toen hij koning werd, een jaar te Jeruzalem; de Hebreeuwse tekst van 2 Kronieken heeft tweeënveertig, sommige oude vertalingen tweeëntwintig. Door de mannen van Jehu gewond, stierf hij te Megiddo. 2 Kronieken noemt hem eenmaal Joahaz.
2 Kon 8:25 · 2 Kon 8:26 · 2 Kon 9:27- Moeder van zijn zonen
- JoasKoning over JudaMoeder: Zibja
Koning van Juda. Zes jaren verborgen in het huis des HEEREN, was hij zeven jaar toen de priester Jojada hem koning maakte; Koningen: veertig jaren te Jeruzalem. Zijn knechten doodden hem. Niet Joas, de koning van Israel.
2 Kon 11:2 · 2 Kon 11:21 · 2 Kon 12:1- Moeder van zijn zonen
- AmaziaKoning over JudaMoeder: Joaddan
Koningen: vijfentwintig jaar toen hij koning werd, negenentwintig jaren te Jeruzalem. Hij daagde Joas, den koning van Israel, uit en werd te Beth-Semes gevangengenomen; later doodden samenzweerders hem te Lachis.
2 Kon 12:21 · 2 Kon 14:1 · 2 Kron 25:1- Moeder van zijn zonen
- OziasKoning over JudaMoeder: Jecholia
In het grootste deel van 2 Koningen en in 1 Kronieken Azaria genoemd, elders in Koningen en in 2 Kronieken Uzzia. Koningen: zestien jaar toen hij koning werd, tweeënvijftig jaren te Jeruzalem. Hij was melaats tot den dag zijns doods, en zijn zoon Joatham richtte het volk des lands.
2 Kon 15:13 · 2 Kron 26:1 · Matt 1:8- Moeder van zijn zonen
- JoathamKoning over JudaMoeder: Jerusa
Koningen en Kronieken noemen hem Jotham. Koningen: vijfentwintig jaar toen hij koning werd, zestien jaren te Jeruzalem. Terwijl zijn vader melaats was, was hij over het huis en richtte hij het volk des lands.
2 Kon 15:7 · 2 Kon 15:32 · Matt 1:9 - AchazKoning over Juda
Koningen: twintig jaar toen hij koning werd, zestien jaren te Jeruzalem. Toen de koningen van Syrië en Israel tegen hem optrokken, zond hij om hulp tot Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrië.
2 Kon 15:38 · 2 Kon 16:1 · Matt 1:9- Moeder van zijn zonen
- EzekiasKoning over JudaMoeder: Abi
Koningen noemt hem Hizkia, 2 Kronieken Jehizkia. Koningen: vijfentwintig jaar toen hij koning werd, negenentwintig jaren te Jeruzalem. Samaria werd in zijn zesde jaar ingenomen; in zijn veertiende nam Sanherib, de koning van Assyrië, de vaste steden van Juda in.
2 Kon 16:20 · 2 Kon 18:1 · Matt 1:9- Moeder van zijn zonenHefzi-bah2 Kon 21:1
- Moeder van zijn zonen
- ManasseKoning over JudaMoeder: Hefzi-bah
Koningen: twaalf jaar toen hij koning werd, vijfenvijftig jaren te Jeruzalem. Niet Manasse, de zoon van Jozef.
2 Kon 20:21 · 2 Kon 21:1 · Matt 1:10- Moeder van zijn zonen
- AmonKoning over JudaMoeder: Mesullemet
Koningen: tweeëntwintig jaar toen hij koning werd, twee jaren te Jeruzalem. Zijn knechten doodden hem in zijn huis, en het volk des lands maakte zijn zoon Josias koning.
2 Kon 21:18 · 2 Kon 21:19 · Matt 1:10- Moeder van zijn zonen
- JosiasKoning over JudaMoeder: Jedida
Koningen en Kronieken noemen hem Josia. Koningen: acht jaar toen hij koning werd, eenendertig jaren te Jeruzalem. In zijn regering werd het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. Farao Necho doodde hem te Megiddo. Drie van zijn zonen werden na hem koning.
2 Kon 21:24 · 2 Kon 22:1 · Matt 1:10- Moeder van zijn zonenHamutal
Dochter van Jeremia, van Libna — de moeder van twee koningen, Joahaz en Zedekia.
2 Kon 23:31 · 2 Kon 24:18 - Moeder van zijn zonen
- JoahazKoning over JudaMoeder: Hamutal
Koning van Juda. Koningen: drieëntwintig jaar toen hij koning werd; na drie maanden voerde Farao Necho hem weg naar Egypte, waar hij stierf. Jeremia spreekt van Sallum, den zoon van Josias, die zijn vader opvolgde; 1 Kronieken noemt Sallum de vierde zoon van Josias.
2 Kon 23:30 · 2 Kon 23:31 · 2 Kron 36:1 - ZedekiaKoning over JudaOok genoemd: Mattanja · Moeder: Hamutal
De laatste koning van Juda. Koningen: Mattanja, de oom van Jojachin (Jechonias), door den koning van Babel koning gemaakt en Zedekia genoemd; Jeremia noemt hem een zoon van Josias. Toen Jeruzalem viel, werden zijn zonen voor zijn ogen gedood, en hij werd naar Babel gevoerd.
2 Kon 24:17 · 2 Kon 24:18 · Jer 37:1
- Moeder van zijn zonen
- JojakimKoning over JudaOok genoemd: Eljakim · Moeder: Zebudda
Farao Necho maakte Eljakim, den zoon van Josias, koning en veranderde zijn naam in Jojakim. Koningen: vijfentwintig jaar toen hij koning werd, elf jaren te Jeruzalem; hij was drie jaren de knecht van Nebukadnezar en kwam daarna tegen hem in opstand.
2 Kon 23:34 · 2 Kon 23:36 · 2 Kron 36:4- Moeder van zijn zonenNehusta
Dochter van Elnathan, van Jeruzalem. Zij gaf zich met haar zoon over en werd naar Babel weggevoerd.
2 Kon 24:8
- Moeder van zijn zonen
- JechoniasKoning over JudaMoeder: Nehusta
Koningen en 2 Kronieken noemen hem Jojachin. 2 Koningen: achttien jaar toen hij koning werd, drie maanden te Jeruzalem; de Hebreeuwse tekst van 2 Kronieken heeft acht, sommige oude vertalingen achttien. Naar Babel weggevoerd, werd hij door Evilmerodach uit het gevangenhuis gehaald.
1 Kron 3:16 · Jer 24:1 · Matt 1:11
Koningen van Israël
- KisNiet geregeerd
Een Benjaminiet. 1 Samuël noemt hem een zoon van Abiel; 1 Kronieken zegt dat Ner de vader van Kis was.
1 Sam 9:1 · 1 Sam 10:21 - SaulOver gans Israel
De eerste koning van Israel, door Samuel gezalfd; hij stierf in de strijd met drie van zijn zonen. In de Hebreeuwse tekst van het vers met zijn leeftijd en de duur van zijn regering ontbreken de getallen; Handelingen spreekt van veertig jaren onder Saul.
1 Sam 9:2 · 1 Sam 10:1 · 1 Sam 31:6- MichalNiet geregeerdMan: David
De jongste dochter van Saul, aan David tot vrouw gegeven. “Michal nu, Sauls dochter, had geen kind, tot den dag van haar dood toe.”
1 Sam 18:27 · 2 Sam 6:23 - IsbosethKoning over IsraelOok genoemd: Esbaal
Abner maakte hem op zijn veertigste koning over Israel; hij regeerde twee jaren, terwijl het huis van Juda David volgde. Twee van zijn eigen bendeoversten doodden hem.
2 Sam 2:8 · 2 Sam 2:10 · 2 Sam 4:8
Jerobeam: Regeerde na Salomo · 1 Kon 12:20
- JerobeamKoning over IsraelMoeder: Zerua
Een Efraïmiet, een knecht van Salomo die tegen hem in opstand kwam. Toen het rijk werd verdeeld, maakte Israel hem koning; “niemand volgde het huis Davids, dan de stam van Juda alleen.” Koningen: tweeëntwintig jaren.
1 Kon 11:26 · 1 Kon 12:20 · 1 Kon 14:20 - NadabKoning over Israel
Koningen: twee jaren. Baesa doodde hem bij Gibbethon en sloeg het ganse huis van Jerobeam.
1 Kon 14:20 · 1 Kon 15:25
Baesa: Regeerde na Nadab · 1 Kon 15:28
- BaesaKoning over Israel
Hij maakte een verbintenis tegen Nadab, doodde hem en werd koning in zijn plaats, en sloeg het huis van Jerobeam. Koningen: vierentwintig jaren, te Thirza.
1 Kon 15:27 · 1 Kon 15:33 · 1 Kon 16:6 - ElaKoning over Israel
Koningen: twee jaren, te Thirza. Terwijl hij zich daar dronken dronk, doodde zijn knecht Zimri hem. Niet Ela, de vader van Hosea.
1 Kon 16:6 · 1 Kon 16:8
Zimri: Regeerde na Ela · 1 Kon 16:10
- ZimriKoning over Israel
Overste van de helft der wagenen van Ela. Hij regeerde zeven dagen te Thirza; toen het leger de stad belegerde, verbrandde hij het huis des konings boven zich.
1 Kon 16:9 · 1 Kon 16:15
Omri: Regeerde na Zimri · 1 Kon 16:16
- OmriKoning over Israel
Krijgsoverste, in het leger tot koning gemaakt. De helft van het volk volgde Tibni, den zoon van Ginath, totdat Tibni stierf. Koningen: twaalf jaren; hij kocht den berg Samaria en bouwde de stad.
1 Kon 16:16 · 1 Kon 16:23 · 1 Kon 16:28 - AchabKoning over Israel
Koningen: tweeëntwintig jaren te Samaria; hij deed wat kwaad was meer dan allen die vóór hem geweest waren. Koningen zegt dat hij zeventig zonen te Samaria had, die Jehu liet doden.
1 Kon 16:28 · 1 Kon 16:29 · 1 Kon 22:40- VrouwIzebel
Dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniërs. Toen Jehu te Jizreel kwam, werd zij uit een venster neergeworpen, en Jehu zei dat zo het woord van Elia vervuld werd.
1 Kon 16:31 · 1 Kon 21:25 · 2 Kon 9:30
- AthaliaKoning over JudaMan: Joram
Koningen noemt de vrouw van Joram een dochter van Achab, en Athalia, de moeder van Ahazia, “de dochter van Omri” (in het Hebreeuws staat dochter; sommige vertalingen hebben kleindochter). Toen haar zoon dood was, bracht zij al het koninklijke zaad om en regeerde zes jaren over het land, totdat zij gedood werd.
2 Kon 8:26 · 2 Kon 11:1–3 · 2 Kron 22:10–12 - AhaziaKoning over Israel
Koning van Israel. Koningen: twee jaren te Samaria. Hij viel door een tralie in zijn opperzaal en stierf, zoals Elia gezegd had; omdat hij geen zoon had, werd Joram koning na hem.
1 Kon 22:40 · 1 Kon 22:51 · 2 Kon 1:2 - JoramKoning over IsraelOok genoemd: Joram · Moeder: Izebel
Koning van Israel, de zoon van Achab en de broeder van Ahazia. Koningen: twaalf jaren te Samaria. Jehu schoot hem te Jizreel; dezelfde dag sloegen de mannen van Jehu Ahazia, den koning van Juda.
2 Kon 3:1 · 2 Kon 8:16 · 2 Kon 9:24
- Vrouw
Jehu: Regeerde na Joram · 2 Kon 9:24
- JehuKoning over Israel
Gezalfd tot koning door een profetenzoon die Elisa zond, doodde hij Joram van Israel, Ahazia van Juda, Izebel en het huis van Achab. Koningen: achtentwintig jaren te Samaria. Elders de zoon van Nimsi genoemd.
1 Kon 19:16 · 2 Kon 9:2 · 2 Kon 10:36 - JoahazKoning over Israel
Koning van Israel. Koningen: zeventien jaren te Samaria; in zijn dagen verdrukte Hazael, de koning van Syrië, Israel. Niet Joahaz, de zoon van Josias.
2 Kon 10:35 · 2 Kon 13:1 - JoasKoning over Israel
Koning van Israel. Koningen: zestien jaren te Samaria. Hij nam Amazia, den koning van Juda, gevangen te Beth-Semes en brak een deel van den muur van Jeruzalem af. Niet Joas, de koning van Juda.
2 Kon 13:9 · 2 Kon 13:10 · 2 Kon 14:8 - JerobeamKoning over Israel
Koningen: eenenveertig jaren te Samaria. Hij bracht de landpale van Israel weder “van den ingang van Hamath, tot aan de zee van het vlakke veld”, zoals Jona, de zoon van Amitthai, gezegd had. Niet Jerobeam, de zoon van Nebat.
2 Kon 14:16 · 2 Kon 14:23 · 2 Kon 14:29 - ZachariaKoning over Israel
Koningen: zes maanden te Samaria; Sallum doodde hem. Koningen voegt eraan toe dat het woord tot Jehu vervuld werd: “U zullen zonen van het vierde gelid op den troon van Israel zitten.”
2 Kon 14:29 · 2 Kon 15:8
Sallum: Regeerde na Zacharia · 2 Kon 15:10
- SallumKoning over Israel
Hij doodde Zacharia en regeerde in zijn plaats een volle maand te Samaria; Menahem, de zoon van Gadi, doodde hem.
2 Kon 15:10 · 2 Kon 15:13
Menahem: Regeerde na Sallum · 2 Kon 15:14
- MenahemKoning over Israel
Koningen: tien jaren te Samaria. Toen Pul, de koning van Assyrië, tegen het land kwam, gaf Menahem hem duizend talenten zilvers.
2 Kon 15:14 · 2 Kon 15:17 · 2 Kon 15:22 - PekahiaKoning over Israel
Koningen: twee jaren te Samaria. Zijn hoofdman Pekah doodde hem in het paleis van het huis des konings.
2 Kon 15:22 · 2 Kon 15:23
Pekah: Regeerde na Pekahia · 2 Kon 15:25
- PekahKoning over Israel
Koningen: twintig jaren te Samaria. In zijn dagen nam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, Gilead en Galilea in en voerde het volk weg naar Assyrië.
2 Kon 15:25 · 2 Kon 15:27
Hosea: Regeerde na Pekah · 2 Kon 15:30
- HoseaKoning over Israel
De laatste koning van Israel. Koningen plaatst zijn verbintenis in het twintigste jaar van Joatham en het begin van zijn regering in het twaalfde jaar van Achaz. In zijn negende jaar nam de koning van Assyrië Samaria in en voerde Israel weg.
2 Kon 15:30 · 2 Kon 17:1 · 2 Kon 17:6
Stambomen
- Stamboom van GenesisVan Adam tot de twaalf zonen van Jakob
- Van Abraham tot DavidIzak, Jakob, Juda, Boaz en Ruth, Isai en zijn zonen
- Van David tot JezusDe geslachtsregisters van Mattheüs en Lukas naast elkaar
- De twaalf stammenJakobs zonen en kleinzonen, zoals Genesis opsomt wie naar Egypte trokken
- Nakomelingen van EzauDe vrouwen, zonen en kleinzonen van Ezau, de vorsten van Edom
Personen en verbanden: Theographic Bible Metadata (CC BY-SA 4.0), elk gecontroleerd aan de bijbeltekst. Geen jaartallen: alleen levensjaren die de tekst zelf noemt.
Theographic Bible Metadata · CC BY-SA 4.0 · De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein