Ontdekken › Stambomen › Nakomelingen van Ezau
Stambomen
Nakomelingen van Ezau
De vrouwen, zonen en kleinzonen van Ezau, de vorsten van Edom
Ezau, ook Edom genoemd, met zijn vrouwen, zonen en kleinzonen zoals Genesis en 1 Kronieken hen opsommen; zijn zonen bij Aholibama en zijn kleinzonen worden ook vorsten genoemd. Genesis noemt zijn vrouwen op twee plaatsen anders — de toelichtingen geven beide. Het somt ook de Horieten op die in Seir woonden, de koningen die in Edom regeerden en andere vorsten van Edom; zij zijn niet getekend, omdat de tekst hen niet duidelijk met de familie van Ezau verbindt.
- EzauOok genoemd: Edom
Jakobs oudste tweelingbroer, ook Edom genoemd, “de vader van Edom”. Hij was veertig toen hij zijn eerste vrouwen nam. Genesis zegt dat hij ook dochters had, maar noemt hen niet bij naam.
Gen 25:25 · Gen 36:1 · Gen 36:9- Vrouw
- Vrouw
- Vrouw
- ElifazMoeder: Ada
De eerstgeborene van Ezau, van Ada. Zijn vijf zonen, en Amalek, zijn zoon bij het bijwijf Timna, worden onder de vorsten van Edom genoemd.
Gen 36:4 · Gen 36:10 · 1 Kron 1:35- Moeder van zijn zonenTimna
Een bijwijf van Elifaz, de moeder van Amalek. De lijst van de Horieten noemt een Timna die de zuster van Lotan was, en onder de vorsten van Edom staat een vorst Timna; de tekst zegt niet of zij dezelfden zijn.
Gen 36:12 · 1 Kron 1:36
- Teman
Een vorst. Genesis spreekt ook van “der Temanieten land”, en Jobs vriend Elifaz wordt “de Themaniet” genoemd; de tekst zegt niet hoe zij met deze familie samenhangen.
Gen 36:11 · Gen 36:15 · 1 Kron 1:36 - OmarGen 36:11 · Gen 36:15 · 1 Kron 1:36
- ZefoGen 36:11 · Gen 36:15 · 1 Kron 1:36
- GaetamGen 36:11 · Gen 36:16 · 1 Kron 1:36
- Kenaz
Een vorst. Een vorst Kenaz staat ook onder de vorsten van Edom die naar hun plaatsen worden opgesomd.
Gen 36:11 · Gen 36:15 · 1 Kron 1:36 - AmalekMoeder: Timna
Zoon van Elifaz bij zijn bijwijf Timna, genoemd onder de vorsten van Elifaz. Genesis noemt geen zonen van hem.
Gen 36:12 · Gen 36:16 · 1 Kron 1:36
- Moeder van zijn zonen
- RehuelMoeder: Basmath
De zoon van Basmath. Zijn vier zonen worden onder de vorsten van Edom genoemd.
Gen 36:4 · Gen 36:10 · 1 Kron 1:35- NahathGen 36:13 · Gen 36:17 · 1 Kron 1:37
- ZerahGen 36:13 · Gen 36:17 · 1 Kron 1:37
- SammaGen 36:13 · Gen 36:17 · 1 Kron 1:37
- MizzaGen 36:13 · Gen 36:17 · 1 Kron 1:37
- JehusMoeder: Aholibama
De eerste zoon van Aholibama, geboren in het land Kanaän; met zijn broers Jaelam en Korah een vorst.
Gen 36:5 · Gen 36:14 · 1 Kron 1:35 - KorahMoeder: Aholibama
De derde zoon van Aholibama, een vorst. Genesis noemt ook een vorst Korah onder de vorsten die van Elifaz afstammen, hoewel er geen Korah onder de zonen van Elifaz is; de tekst verklaart het niet.
Gen 36:5 · Gen 36:14 · 1 Kron 1:35
Stambomen
- Stamboom van GenesisVan Adam tot de twaalf zonen van Jakob
- Van Abraham tot DavidIzak, Jakob, Juda, Boaz en Ruth, Isai en zijn zonen
- Van David tot JezusDe geslachtsregisters van Mattheüs en Lukas naast elkaar
- De twaalf stammenJakobs zonen en kleinzonen, zoals Genesis opsomt wie naar Egypte trokken
- Koningen van Israel en JudaVan Saul en David tot de val van Samaria en Jeruzalem
Personen en verbanden: Theographic Bible Metadata (CC BY-SA 4.0), elk gecontroleerd aan de bijbeltekst. Geen jaartallen: alleen levensjaren die de tekst zelf noemt.
Theographic Bible Metadata · CC BY-SA 4.0 · De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein