Ontdekken › Oude kaarten › De reizen van de heilige Paulus
Open de kaart op volledige grootte (3000 × 2256)Library of Congress, afdeling Geografie en Kaarten · publiek domein
Oude kaarten · 1881
De reizen van de heilige Paulus Cartograaf: H.H. Hardesty (Firm) · Jaar: 1881
Uit de “Historische handatlas”, in 1881 in Chicago en Toledo uitgegeven door H. H. Hardesty, met een genummerde reeks bijbelkaarten. Kaart nr. 12 nummert de drie zendingsreizen van Paulus en zijn zeereis naar Rome, elk met de hoofdstukken uit Handelingen, en geeft ook de zendingsposten aan van een Amerikaans zendingsgenootschap uit 1881.
De kaart bij de Library of Congress
Oude kaarten van het Heilige Land, 1600–1881: Library of Congress, afdeling Geografie en Kaarten (publiek domein; nummers gevonden via Wikimedia Commons, beelden van de eigen server van de bibliotheek); de teksten zijn van ons
Gedeelten Hand 13:1–4 En er waren te Antiochie, in de Gemeente, die daar was, enige profeten en leraars, namelijk Barnabas, en Simeon, genaamd Niger, en Lucius van Cyrene, en Manahen, die met Herodes den viervorst opgevoed was, en Saulus. En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan. Dezen dan, uitgezonden zijnde van den Heiligen Geest, kwamen af tot Seleucie, en van daar scheepten zij af naar Cyprus. Hand 16:9–12 En van Paulus werd in den nacht een gezicht gezien: er was een Macedonisch man staande, die hem bad en zeide: Kom over in Macedonie, en help ons. Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonie te reizen, besluitende daaruit, dat ons de Heere geroepen had, om denzelven het Evangelie te verkondigen. Van Troas dan afgevaren zijnde, liepen wij recht naar Samothrace, en den volgende dag naar Neapolis. En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Macedonie, een kolonie. En wij onthielden ons in die stad ettelijke dagen. Hand 27:1–2 En als het besloten was, dat wij naar Italie zouden afvaren, leverden zij Paulus en enige andere gevangenen, over aan een hoofdman over honderd, met name Julius van de keizerlijke bende. En in een Adramyttenisch schip gegaan zijnde, alzo wij de plaatsen langs Azie bevaren zouden, voeren wij af; en Aristarchus, de Macedonier van Thessalonica, was met ons.