Ontdekken › Bijbelfeiten › Oktober
Feit van de dag
Bijbelfeiten: Oktober
Een feit voor elke dag van oktober, zoals de app het in 2026 als «Feit van de dag» toont, met het vers in De Heilige Schrift 1917.
- 1 oktober
Drie weken lang rouwde Daniël: hij at geen lekkere spijs, geen vlees en geen wijn, en zalfde zich niet met olie.
Dan 10:3Onderwerp: VastenBegeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.
- 2 oktober
In Babel kregen Daniël en zijn drie vrienden nieuwe namen: Beltsazar, Sadrach, Mesach en Abed-nego.
Dan 1:7En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.
- 3 oktober
Paulus vraagt Timotheüs de mantel mee te brengen die hij in Troas bij Karpus had gelaten – en zijn boeken, vooral de perkamenten.
2 Tim 4:13Breng den reismantel mede, dien ik te Troas bij Karpus gelaten heb, als gij komt, en de boeken, inzonderheid de perkamenten.
- 4 oktober
Het dal Siddim bij de Zoutzee was vol asfaltputten. Nog altijd drijven er brokken asfalt op uit de Dode Zee, en Griekse en Romeinse schrijvers noemden haar het “Asfaltmeer”.
Gen 14:10Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen aldaar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.
- 5 oktober
Voor zijn grote pascha gaf koning Josia het volk 30.000 lammeren en jonge geitenbokken en 3000 runderen uit zijn eigen kudden.
2 Kron 35:7En Josia gaf voor het volk, van klein vee, lammeren en jonge geitenbokken, die alle tot paasofferen, naar al hetgeen er gevonden werd, in getal dertig duizend; maar van runderen drie duizend; dit was van des konings have.
- 6 oktober
Hebron, zo vermeldt Numeri, was zeven jaar eerder gebouwd dan Zoan in Egypte – de stad die de Grieken Tanis noemden, in de Nijldelta.
Num 13:22Bekijk de plaatsEn zij trokken op in het zuiden, en kwamen tot Hebron toe, en daar waren Ahiman, Sesai en Talmai, kinderen van Enak; Hebron nu was zeven jaren gebouwd voor Zoan in Egypte.
- 7 oktober
De Perzische koning in het boek Esther regeerde over 127 landschappen, die zich uitstrekten tot Indië.
Est 1:1Het geschiedde nu in de dagen van Ahasveros, (hij is die Ahasveros, dewelke regeerde van Indie af tot aan Morenland toe, honderd zeven en twintig landschappen).
- 8 oktober
Elk jaar maakte Hanna een kleine rok voor haar zoon Samuel en bracht die naar hem toe wanneer ze met haar man opkwam om het jaarlijkse offer te brengen.
1 Sam 2:19En zijn moeder maakte hem een kleinen rok, en bracht hem dien van jaar tot jaar, als zij opkwam met haar man, om het jaarlijkse offer te offeren.
- 9 oktober
Zelafead stierf zonder zonen; daarom vroegen zijn vijf dochters Mozes om het land van hun vader – en zij kregen het.
Num 27:7De dochteren van Zelafead spreken recht; gij zult haar ganselijk geven de bezitting ener erfenis, in het midden van de broederen haars vaders; en gij zult de erfenis haars vaders op haar doen komen.
- 10 oktober
Een deel van het boek Daniël is in het Aramees geschreven in plaats van in het Hebreeuws. De overgang komt precies waar de Chaldeeën de koning beginnen te antwoorden – “in het Syrisch”, zoals de Statenvertaling het Aramees noemt.
Dan 2:4Toen spraken de Chaldeen, tot den koning in het Syrisch: O koning, leef in eeuwigheid! Zeg uw knechten den droom, zo zullen wij de uitlegging te kennen geven.
- 11 oktober
Dadelpalmen maakten Jericho tot “de palmstad”. In 2005 werd een ongeveer 2000 jaar oude dadelpit, gevonden op Masada, tot ontkiemen gebracht; hij groeide uit tot een boom.
Deut 34:3Lees het artikelEn het Zuiden, en het effen veld der vallei van Jericho, de palmstad, tot Zoar toe.
- 12 oktober
Op de vissersboot van Zebedeüs werkten huurlingen naast zijn zonen Jakobus en Johannes – een familiebedrijf dat groot genoeg was om arbeiders te betalen.
Marc 1:20Lees het artikelEn terstond riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedeus in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.
- 13 oktober
De zoon van de zuster van Paulus hoorde van een aanslag op het leven van Paulus en ging de legerplaats binnen om hem te waarschuwen.
Hand 23:16En als de zoon van Paulus' zuster deze lage gehoord had, kwam hij daar, en ging in de legerplaats, en boodschapte het Paulus.
- 14 oktober
Vanaf de top van de berg Gerizim vertelde Jotham een fabel: de bomen wilden een koning, maar de olijfboom, de vijgenboom en de wijnstok weigerden, en alleen de doornbos nam het aan.
Recht 9:7–15Bekijk de plaatsAls zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen. De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden de bomen tot den vijgeboom: Kom gij, wees koning over ons. Maar de vijgeboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht verlaten? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden de bomen tot den wijnstok: Kom gij, wees koning over ons. Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden al de bomen tot den doornenbos: Kom gij, wees koning over ons. En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit den doornenbos, en vertere de cederen van den Libanon.
- 15 oktober
Om de koning van Assyrië 1000 talenten zilver te betalen, nam koning Menahem van iedere rijke man 50 sikkels. Met 3000 sikkels per talent komt dat neer op ongeveer 60.000 mannen.
2 Kon 15:19–20Lees het artikelToen kwam Pul, de koning van Assyrie, tegen het land; en Menahem gaf aan Pul duizend talenten zilvers, opdat zijn hand met hem zoude zijn, om het koninkrijk in zijn hand te sterken. Menahem nu bracht dit geld op van Israel, van alle geweldigen van vermogen, om den koning van Assyrie te geven, voor elk man vijftig zilveren sikkels; alzo keerde de koning van Assyrie weder, en bleef daar niet in het land.
- 16 oktober
Bij de inwijding van de herbouwde muur van Jeruzalem liepen twee grote koren boven op de muur in tegengestelde richting en kwamen bij de tempel samen; de vreugde was tot ver in de omtrek te horen.
Neh 12:31Lees het artikelToen deed ik de vorsten van Juda opgaan op den muur; en ik stelde twee grote dankkoren en omgangen, een ter rechterhand op den muur, naar de Mistpoort toe.
- 17 oktober
Patmos, waar Johannes zegt te zijn geweest, is een klein rotsachtig eiland in de Egeïsche Zee, maar ongeveer 34 vierkante kilometer groot, hemelsbreed zo’n 100 km van Efeze.
Openb 1:9Bekijk de plaatsIk, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus.
- 18 oktober
De duif was niet de eerste vogel die Noach uit de ark liet: vóór haar liet hij een raaf uit.
Gen 8:7Onderwerp: RavenEn hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
- 19 oktober
In het voorhof van de bewaring kreeg Jeremia elke dag een brood van de bakkers van de stad, totdat al het brood in Jeruzalem op was.
Jer 37:21Lees het artikelToen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof der bewaring, en men gaf hem des daags een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo bleef Jeremia in het voorhof der bewaring.
- 20 oktober
Een reus die bij Gath streed, had zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet – 24 in totaal.
2 Sam 21:20Nog was er ook een krijg te Gath; en er was een zeer lang man, die zes vingeren had aan zijn handen, en zes tenen aan zijn voeten, vier en twintig in getal, en deze was ook aan Rafa geboren.
- 21 oktober
Vier van de vijf gedichten van Klaagliederen zijn alfabetische acrostichons, waarin elke strofe met de volgende Hebreeuwse letter begint. In het derde gedicht begint elke letter drie regels achter elkaar.
Klaagl 3:1–3Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid. Aleph. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht. Aleph. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd.
- 22 oktober
Benaja, een van de helden van David, daalde in de winter af in een kuil en sloeg daar een leeuw. Er leefden toen leeuwen in het land, zoals verscheidene Bijbelverhalen vertellen.
2 Sam 23:20Onderwerp: SneeuwVoorts Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dapperen man, groot van daden, van Kabzeel; die sloeg twee sterke leeuwen van Moab; ook ging hij af, en sloeg een leeuw in het midden van een kuil in den sneeuwtijd.
- 23 oktober
Om Paulus veilig van Jeruzalem naar Cesarea te brengen, liet een Romeinse bevelhebber hem ’s nachts vertrekken met 200 soldaten, 70 ruiters en nog 200 gewapenden – 470 man in totaal.
Hand 23:23Bekijk de plaatsEn zekere twee van de hoofdmannen over honderd tot zich geroepen hebbende, zeide hij: Maakt tweehonderd krijgsknechten gereed, opdat zij naar Cesarea trekken, en zeventig ruiters, en tweehonderd schutters, tegen de derde ure des nachts;
- 24 oktober
Kleitabletten uit het Babel van Nebukadnezar vermelden rantsoenen olie voor Jojachin, “koning van Juda”, en voor “de vijf zonen van de koning van Juda” – geschreven toen hij daar gevangen was.
2 Kon 24:15Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel;
- 25 oktober
Een aantekening in het boek Psalmen luidt: “De gebeden van David, den zoon van Isaï, hebben een einde” – en toch volgen er later in het boek nog meer psalmen van David.
Ps 72:20De gebeden van David, den zoon van Isai, hebben een einde.
- 26 oktober
Handelaars droegen hun weegstenen in een zak. De wet verbood twee soorten weegstenen te hebben, een zware en een lichte, of twee soorten maten, een grote en een kleine.
Deut 25:13–15Onderwerp: Handel en koopliedenGij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen. Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine. Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
- 27 oktober
Henoch leefde 365 jaar – het kortste leven in de lijst van tien geslachten van Adam tot Noach – en toen was hij er niet meer, want God nam hem weg.
Gen 5:23Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.
- 28 oktober
Paulus verliet Melite op een schip uit Alexandrië dat als teken Kastor en Pollux voerde, de tweelingbroers die Griekse en Romeinse zeelieden als hun beschermers beschouwden.
Hand 28:11Bekijk de plaatsEn na drie maanden voeren wij af in een schip van Alexandrie, dat in het eiland overwinterd had, hebbende tot een teken, Kastor en Pollux.
- 29 oktober
Job zegt dat de struisvogel het paard en zijn ruiter uitlacht. Met ongeveer 70 km/u is hij de snelste loper van alle vogels; de Arabische struisvogel van het Midden-Oosten stierf in de 20e eeuw uit.
Job 39:18Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.
- 30 oktober
De Perzische koning toonde 180 dagen lang de rijkdom van zijn koninkrijk en gaf daarna in het voorhof van het paleis een maaltijd voor het volk van de stad Susan.
Est 1:4–5Onderwerp: Feesten en maaltijdenAls hij vertoonde den rijkdom der heerlijkheid zijns rijks, en de kostelijkheid des sieraads zijner grootheid, vele dagen lang, honderd en tachtig dagen. Toen nu die dagen vervuld waren, maakte de koning een maaltijd al den volke, dat gevonden werd op den burg Susan, van den grootste tot den kleinste, zeven dagen lang, in het voorhof van den hof van het koninklijk paleis.
- 31 oktober
Amos zei dat hij geen profeet was en geen profetenzoon, maar een herder die wilde vijgen kweekte.
Amos 7:14Toen antwoordde Amos, en zeide tot Amazia: Ik was geen profeet, en ik was geen profetenzoon; maar ik was een ossenherder, en las wilde vijgen af.
Bronnen
De Heilige Schrift 1917 · Publiek domein