Bible Explorer

De Bijbel in de kunst › Job

Het boek Job, plaat 14: Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten, William Blake

De Bijbel in de kunst · Job

Het boek Job, plaat 14: Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten

William Blake · 1825
The Cleveland Museum of Art

Plaat 14 van William Blakes Job-gravures (1825), misschien de bekendste van de reeks.

De tekst noemt alleen zingende sterren en juichende kinderen Gods; Blake toont de sterren als vier gevleugelde figuren met geheven armen, de zon en de maan als figuren met paarden en slangen, en de scheppingsdagen uit Genesis in de zijranden. Job en zijn gezin kijken van beneden toe.

Uit de tekst

  • “Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde?” (Job 38:4)
  • “Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten” (Job 38:7)
  • Het Zevengesternte en de Orion, in de bovenrand (Job 38:31)

Van de kunstenaar

  • De morgensterren als gevleugelde figuren met geheven armen
  • Zon en maan als een wagenmenner en een vrouw, getrokken door slangen
  • De zes dagen van Genesis 1 in de zijranden

Details

De morgensterren

Vier gevleugelde figuren staan op een rij, de armen hoog geheven.

Gespreide armen

Een bebaarde figuur spreidt beide armen over de wolken.

De paarden van de zon

Een jongeman ment de paarden van de zon; rechts de slangen van de maan.

Jobs huisgezin

Job, zijn vrouw en vrienden kijken van beneden toe.

William Blake, British, 1757–1827. The Cleveland Museum of Art (Mr. and Mrs. Charles G. Prasse Collection, 1963.303.15) · Engraving (proof impression) · Cleveland Museum of Art Open Access: Collection API record "share_license_status": "CC0" (Creative Commons Zero, https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/).